normale ontwikkeling
aantekeningen uit de les
pedagogiek (opvoedkunde (geldt voor deel van je leven))
psychologie (menselijk gedrag (geldt voor je hele leven))
gedrag (alles wat een mens laat zien, dit kan bewust of onbewust)
karakter (karakter is wie jij van binnen bent en hoe je reageert op dingen)
persoonlijkheid (dit is onze omgeving die het karakter veroorzaakt/bepaalt, je
persoonlijkheid is je karakter + je omgeving)
identiteit
persoonlijke identiteit (je naam, geslacht etc. het kan niet veranderen)
maatschappelijke identiteit (je woonplaats etc. kan veranderen)
de lichamelijke ontwikkeling van de baby (0 tot 18 maanden)
de groei
in hun slaap (zo’n16 uur per dag gemiddeld), heel snel in korte tijd
de motoriek
reflex (een reactie of beweging die zich automatisch voltrekt)
van reflex onbewust reflex bewust, reflexen die een baby moet hebben:
grijpreflex (na bevalling wordt de baby op zijn rug gelegd en wrijft over de handpalm van
de baby, baby knijpt in de hand en aan de hand van hoe hard de baby knijpt kun je zien
hoe goed de motoriek is)
zuigreflex (van levensbelang; als een kindje niet kan zuigen, kan het kindje niet zelf
drinken, dit wordt gecontroleerd door op de wang te aaien, het kindje moet dan naar de
vinger toe draaien, om daar aan te zuigen)
moorreflex (de baby wordt onder de oksels gepakt (gezichtje van de baby naar je toe),
het kindje wordt even losgelaten en de baby zou als reflex moeten hebben, dat hij zijn
armpjes wijd open spreidt)
de reflexen moeten ook weer na een tijdje verdwijnen
spieren
spieren ontwikkelen zich van boven naar beneden, van binnen naar buiten & van grof
naar fijn
de zintuigen
er moet een connectie gemaakt worden met het verstand (cognitief), ze moeten
betekenis geven aan wat ze zien / horen / voelen / ruiken / proeven (het zicht is een
beetje troebel bij de geboorte, ruikvermogen is goed, horen gaat goed, voelen is goed &
smaakpapillen zijn gevoelig)
de sociale en emotionele ontwikkeling van de baby
hechting (emotionele band met volwassene)
veilige hechting (fundamenteel (ondergrondbasis) vertrouwen)
onveilige hechting (fundamenteel wantrouwen)
exploratie drang (drang om te ontdekken)
, peuters 2-4 jaar
lichamelijke ontwikkeling:
motoriek :
grove motoriek
fijne motoriek
groei :
dikke buik of mollig
breedtegroei
zindelijk worden is een lichamelijke ontwikkeling die contact maakt met de
cognitieve ontwikkeling
cognitieve ontwikkeling:
blijft leren door herhaling, imitatie en ervaring.
een peuter denkt concreet (alles wat de zintuigen kunnen waarnemen)
ze denken magisch (fantasie)
animistisch (menselijke eigenschapen aan voorwerpen geven. Bijvoorbeeld de pop is lief,
stout, stom etc. glas is stom)
sociaal - emotionele ontwikkeling:
de peuter is in deze periode egocentrisch (egoïstisch=altijd & egocentrisch=periode)
peuter-puberteit driftbuien, koppigheid
normbesef (het beseffen dat er normen zijn (regels))
emoties geen raad meer , snappen het niet
kleuter 4-6 jaar
lichamelijke ontwikkeling:
groeit in de lengte
grove motoriek is goed
evenwicht
handvoorkeur (links of rechts qua schrijven of knippen)
hersenen groeien meer hersencellen , meer verbindingen (hoort ook bij cognitief)
cognitieve ontwikkeling:
intrinsieke motivatie (alles wat van binnenuit komt en iemand motiveert tot een bepaald
gedrag)
taakgericht bezig zijn
denkt concreet (snapt het verzamelwoord ‘meubels’)
sociaal-emotionele ontwikkeling:
(begin) van samenspelen
eerste echte vriendschappen
erbij horen, om dingen te leren (gender identificatie en gender gedrag)
begin van zelfbeeld, kan positief en negatief zijn
schoolkind 6-12 jaar (jong schoolkind= 6-9 jaar , oude schoolkind=9-12 jaar)
lichamelijke ontwikkeling:
jong schoolkind
- fijne motoriek is bijna goed.
- beweging is erg nodig.
oud schoolkind
- beginnende puberteit (meisje zijn eerder)
cognitieve ontwikkeling:
realiteit denken (het verschil kunnen zien tussen fantasie en realiteit)
logisch denken (oorzaak gevolg)
abstract denken (tegenovergestelde van concreet denken)
leergierig
sociaal-emotionele ontwikkeling (9-12 jaar)
geweten is goed ontwikkelt (9-12jaar)
los komen van ouders
vriendengroep peergroep je krijgt hier eerste ruzies & vriendschappen, nadeel is de
kinderen die buiten de groep vallen, worden gepest, je hebt altijd een leider,
volgelingen en meelopers
aantekeningen uit de les
pedagogiek (opvoedkunde (geldt voor deel van je leven))
psychologie (menselijk gedrag (geldt voor je hele leven))
gedrag (alles wat een mens laat zien, dit kan bewust of onbewust)
karakter (karakter is wie jij van binnen bent en hoe je reageert op dingen)
persoonlijkheid (dit is onze omgeving die het karakter veroorzaakt/bepaalt, je
persoonlijkheid is je karakter + je omgeving)
identiteit
persoonlijke identiteit (je naam, geslacht etc. het kan niet veranderen)
maatschappelijke identiteit (je woonplaats etc. kan veranderen)
de lichamelijke ontwikkeling van de baby (0 tot 18 maanden)
de groei
in hun slaap (zo’n16 uur per dag gemiddeld), heel snel in korte tijd
de motoriek
reflex (een reactie of beweging die zich automatisch voltrekt)
van reflex onbewust reflex bewust, reflexen die een baby moet hebben:
grijpreflex (na bevalling wordt de baby op zijn rug gelegd en wrijft over de handpalm van
de baby, baby knijpt in de hand en aan de hand van hoe hard de baby knijpt kun je zien
hoe goed de motoriek is)
zuigreflex (van levensbelang; als een kindje niet kan zuigen, kan het kindje niet zelf
drinken, dit wordt gecontroleerd door op de wang te aaien, het kindje moet dan naar de
vinger toe draaien, om daar aan te zuigen)
moorreflex (de baby wordt onder de oksels gepakt (gezichtje van de baby naar je toe),
het kindje wordt even losgelaten en de baby zou als reflex moeten hebben, dat hij zijn
armpjes wijd open spreidt)
de reflexen moeten ook weer na een tijdje verdwijnen
spieren
spieren ontwikkelen zich van boven naar beneden, van binnen naar buiten & van grof
naar fijn
de zintuigen
er moet een connectie gemaakt worden met het verstand (cognitief), ze moeten
betekenis geven aan wat ze zien / horen / voelen / ruiken / proeven (het zicht is een
beetje troebel bij de geboorte, ruikvermogen is goed, horen gaat goed, voelen is goed &
smaakpapillen zijn gevoelig)
de sociale en emotionele ontwikkeling van de baby
hechting (emotionele band met volwassene)
veilige hechting (fundamenteel (ondergrondbasis) vertrouwen)
onveilige hechting (fundamenteel wantrouwen)
exploratie drang (drang om te ontdekken)
, peuters 2-4 jaar
lichamelijke ontwikkeling:
motoriek :
grove motoriek
fijne motoriek
groei :
dikke buik of mollig
breedtegroei
zindelijk worden is een lichamelijke ontwikkeling die contact maakt met de
cognitieve ontwikkeling
cognitieve ontwikkeling:
blijft leren door herhaling, imitatie en ervaring.
een peuter denkt concreet (alles wat de zintuigen kunnen waarnemen)
ze denken magisch (fantasie)
animistisch (menselijke eigenschapen aan voorwerpen geven. Bijvoorbeeld de pop is lief,
stout, stom etc. glas is stom)
sociaal - emotionele ontwikkeling:
de peuter is in deze periode egocentrisch (egoïstisch=altijd & egocentrisch=periode)
peuter-puberteit driftbuien, koppigheid
normbesef (het beseffen dat er normen zijn (regels))
emoties geen raad meer , snappen het niet
kleuter 4-6 jaar
lichamelijke ontwikkeling:
groeit in de lengte
grove motoriek is goed
evenwicht
handvoorkeur (links of rechts qua schrijven of knippen)
hersenen groeien meer hersencellen , meer verbindingen (hoort ook bij cognitief)
cognitieve ontwikkeling:
intrinsieke motivatie (alles wat van binnenuit komt en iemand motiveert tot een bepaald
gedrag)
taakgericht bezig zijn
denkt concreet (snapt het verzamelwoord ‘meubels’)
sociaal-emotionele ontwikkeling:
(begin) van samenspelen
eerste echte vriendschappen
erbij horen, om dingen te leren (gender identificatie en gender gedrag)
begin van zelfbeeld, kan positief en negatief zijn
schoolkind 6-12 jaar (jong schoolkind= 6-9 jaar , oude schoolkind=9-12 jaar)
lichamelijke ontwikkeling:
jong schoolkind
- fijne motoriek is bijna goed.
- beweging is erg nodig.
oud schoolkind
- beginnende puberteit (meisje zijn eerder)
cognitieve ontwikkeling:
realiteit denken (het verschil kunnen zien tussen fantasie en realiteit)
logisch denken (oorzaak gevolg)
abstract denken (tegenovergestelde van concreet denken)
leergierig
sociaal-emotionele ontwikkeling (9-12 jaar)
geweten is goed ontwikkelt (9-12jaar)
los komen van ouders
vriendengroep peergroep je krijgt hier eerste ruzies & vriendschappen, nadeel is de
kinderen die buiten de groep vallen, worden gepest, je hebt altijd een leider,
volgelingen en meelopers