Doelen les 1
Pedagogiek → opvoeden
Didactiek → Hoe je het overbrengt
Pedagogisch klimaat → Bewuste dingen in de omgeving waardoor kinderen zich ontwikkelen ( een
goede sfeer)
Basisbehoeften → CAR → Competentie Autonomie Relatie
- Competentie → zelfvertrouwen
- Autonomie → zelfstandigheid
- Relatie → voorspelbaar zijn
Sensitiviteit → Op empathische wijze kinderen helpen en zien wat ze nodig hebben
Responsiviteit → Goed reageren op wat kinderen nodig hebben
Warm en streng
- straf is tijdelijk
- alleen gedrag afkeuren en niet het kind
- open en vriendelijke uitstraling
Positie in de klas
- Centrale plek
- Rust en Stabiliteit uitstralen
- Hoorbaar voor iedereen
Start van de les
- Stiltesignaal → aandacht krijgen
- Recht op zitten en naar de juf kijken
ROL aannemen
- Recht op zitten
- Ogen naar de spreker
- Luisterhouding aannemen
, Doelen les 2
1. je leert kinderen gewenst gedrag aan en weet waarom dit belangrijk is
- Gedrag leer je en is niet aangeboren
- Mattheuseffect → als je iets al kan leer je sneller bij dan als je iets nog niet iets kan
en gaat leren langzamer (het verschil wordt groter)
- Gebrachtverwachtingen uitspreken
2. je weet de kern van een goede regel en kunt er zelf een opstellen
- Spreek duidelijk en vertel wat je wilt
- Zeg wat je WEL wilt zien en niet wat niet mag
3. je kunt uitleggen hoe een juf regels over brengt
- Duidelijke en realistische regels
- Niet te veel regels
- Maak de regels met leerlingen samen
4. je weet wat een routine is
- Als een bepaalde regel zo vaak wordt herhaald wordt het soms een
routine/automatische reactie
- Een routine is altijd hetzelfde en meerdere dingen achter elkaar
- Met routines gaat alles een beetje sneller
Doelen les 3
1. Je weet hoe je een regel kunt oefenen met je klas
- Je moet kinderen leren hoe ze zich moeten gedragen
- Vertel leerlingen welk gedrag je wel wilt zien
- Als leerlingen iets goeds doen geef je waardering
- Skinner → gedrag dat wordt beloond komt vaker terug
- Als je gedrag wilt complimenteren kun je bijvoorbeeld lachen, doe dit wel
oprecht en niet te vaak of overdreven.
- Herhaal regels elke les
- evalueer de regels na de les
2. Je weet waarom en hoe je een routine kunt oefenen met je groep
- Routines besparen tijd en voorkomt orde problemen
- Zo maak je zelf een routine:
- Introduceer de routine
- stap voor stap doornemen
- modelen
- oefenen
- routine onderhouden
- verantwoordelijk overdragen
Pedagogiek → opvoeden
Didactiek → Hoe je het overbrengt
Pedagogisch klimaat → Bewuste dingen in de omgeving waardoor kinderen zich ontwikkelen ( een
goede sfeer)
Basisbehoeften → CAR → Competentie Autonomie Relatie
- Competentie → zelfvertrouwen
- Autonomie → zelfstandigheid
- Relatie → voorspelbaar zijn
Sensitiviteit → Op empathische wijze kinderen helpen en zien wat ze nodig hebben
Responsiviteit → Goed reageren op wat kinderen nodig hebben
Warm en streng
- straf is tijdelijk
- alleen gedrag afkeuren en niet het kind
- open en vriendelijke uitstraling
Positie in de klas
- Centrale plek
- Rust en Stabiliteit uitstralen
- Hoorbaar voor iedereen
Start van de les
- Stiltesignaal → aandacht krijgen
- Recht op zitten en naar de juf kijken
ROL aannemen
- Recht op zitten
- Ogen naar de spreker
- Luisterhouding aannemen
, Doelen les 2
1. je leert kinderen gewenst gedrag aan en weet waarom dit belangrijk is
- Gedrag leer je en is niet aangeboren
- Mattheuseffect → als je iets al kan leer je sneller bij dan als je iets nog niet iets kan
en gaat leren langzamer (het verschil wordt groter)
- Gebrachtverwachtingen uitspreken
2. je weet de kern van een goede regel en kunt er zelf een opstellen
- Spreek duidelijk en vertel wat je wilt
- Zeg wat je WEL wilt zien en niet wat niet mag
3. je kunt uitleggen hoe een juf regels over brengt
- Duidelijke en realistische regels
- Niet te veel regels
- Maak de regels met leerlingen samen
4. je weet wat een routine is
- Als een bepaalde regel zo vaak wordt herhaald wordt het soms een
routine/automatische reactie
- Een routine is altijd hetzelfde en meerdere dingen achter elkaar
- Met routines gaat alles een beetje sneller
Doelen les 3
1. Je weet hoe je een regel kunt oefenen met je klas
- Je moet kinderen leren hoe ze zich moeten gedragen
- Vertel leerlingen welk gedrag je wel wilt zien
- Als leerlingen iets goeds doen geef je waardering
- Skinner → gedrag dat wordt beloond komt vaker terug
- Als je gedrag wilt complimenteren kun je bijvoorbeeld lachen, doe dit wel
oprecht en niet te vaak of overdreven.
- Herhaal regels elke les
- evalueer de regels na de les
2. Je weet waarom en hoe je een routine kunt oefenen met je groep
- Routines besparen tijd en voorkomt orde problemen
- Zo maak je zelf een routine:
- Introduceer de routine
- stap voor stap doornemen
- modelen
- oefenen
- routine onderhouden
- verantwoordelijk overdragen