Samenvatting taalonderwijs ontwerpen 4.3
4.3 Werkvormen en hulpmiddelen bij het woordenschatonderwijs
Bij woordenschatonderwijs probeer je zo efficiënt mogelijk de kinderen die woorden en
begrippen aan te leren die ze nodig hebben om op school en in de maatschappij goed te
kunnen functioneren. Je probeert als leerkracht zo veel mogelijk functionele leersituaties te
creëren (woorden in een duidelijke context). Je moet nieuwe woorden vaak herhalen en dit
kan op veel manieren (prentenboeken, naslagwerken, spelvormen etc.) Voor het duidelijk
maken van de betekenis van abstracte woorden kan je bv. een taalmethode gebruiken.
Kinderen leren het beste in een motiverende, krachtige of rijke leeromgeving (veel te
ontdekken en uitgedaagd worden tot experimenteren en onderzoeken).
4.3.1 Hulpmiddelen bij woordenschatonderwijs
Wij leren nieuwe woorden door communicatie. Dat kan in de directe omgeving met andere
mensen maar ook via communicatiemiddelen (tv, telefoon etc.). Dit zijn hulpmiddelen om
achter de betekenis van woorden te komen. In het onderwijs ligt de nadruk op het gebruik
van boeken en de computer.
Hulpmiddelen:
1. (Prenten)boeken
Jeugdboeken zijn een belangrijk hulpmiddel. Je kunt ze gebruiken bij aanvankelijk lezen,
begrijpend lezen, taalbeschouwing of in het kader van leesbevordering maar ook bij
woordenschat. Sommige jeugdboeken zijn speciaal geschreven om informatie over te
brengen. Dit zijn informatieve boeken. Deze boeken diepen een bepaald onderwerp uit en
zijn daardoor minder geschikt bij woordenschatonderwijs. Het taalgebruik is ook vaak wat
lastiger.
Prentenboeken zijn wel erg geschikt bij woordenschatontwikkeling. De betekenis van
woorden wordt op verbale en op een visuele manier uitgedrukt. Het is ook vaak een
aantrekkelijk verhaal en dit motiveert kinderen om de betekenis van woorden te willen weten.
Een prentenboek dat je wilt inzetten moet hieraan voldoen:
- Er moeten voldoende nieuwe woorden in voorkomen
- De woorden moeten in een functionele context worden aangeboden
- De betekenis van nieuwe woorden moet door het verhaal c.q. de prenten duidelijk
worden gemaakt
- Het verhaal moet geschikt zijn voor thematische verwerkingsactiviteiten
- Het verhaal moet passen binnen de belevingswereld van kinderen
- Het taalgebruik moet aansluiten bij het niveau van de kinderen
Speciale prentenboeken voor woordenschatontwikkeling zijn aanwijsprentenboeken. Dit type
boeken zijn vooral geschikt voor de jongste kleuters.
2. Computer
De computer kun je op veel manieren inzetten bij woordenschatonderwijs. Het internet biedt
veel mogelijkheden om de betekenis van woorden te verduidelijken (plaatjes en foto’s).
Kinderen kunnen via Google zoeken maar dit moet je wel in de gaten houden omdat de
zoekmachine niet echt gemaakt is om de betekenis van woorden uit te leggen. Er is ook
speciale software. Vaak is de woordenschatontwikkeling een deel van het softwarepakket
dat zich op verschillende taalactiviteiten richt. Er zijn ook bepaalde websites die je kan
gebruiken.
4.3 Werkvormen en hulpmiddelen bij het woordenschatonderwijs
Bij woordenschatonderwijs probeer je zo efficiënt mogelijk de kinderen die woorden en
begrippen aan te leren die ze nodig hebben om op school en in de maatschappij goed te
kunnen functioneren. Je probeert als leerkracht zo veel mogelijk functionele leersituaties te
creëren (woorden in een duidelijke context). Je moet nieuwe woorden vaak herhalen en dit
kan op veel manieren (prentenboeken, naslagwerken, spelvormen etc.) Voor het duidelijk
maken van de betekenis van abstracte woorden kan je bv. een taalmethode gebruiken.
Kinderen leren het beste in een motiverende, krachtige of rijke leeromgeving (veel te
ontdekken en uitgedaagd worden tot experimenteren en onderzoeken).
4.3.1 Hulpmiddelen bij woordenschatonderwijs
Wij leren nieuwe woorden door communicatie. Dat kan in de directe omgeving met andere
mensen maar ook via communicatiemiddelen (tv, telefoon etc.). Dit zijn hulpmiddelen om
achter de betekenis van woorden te komen. In het onderwijs ligt de nadruk op het gebruik
van boeken en de computer.
Hulpmiddelen:
1. (Prenten)boeken
Jeugdboeken zijn een belangrijk hulpmiddel. Je kunt ze gebruiken bij aanvankelijk lezen,
begrijpend lezen, taalbeschouwing of in het kader van leesbevordering maar ook bij
woordenschat. Sommige jeugdboeken zijn speciaal geschreven om informatie over te
brengen. Dit zijn informatieve boeken. Deze boeken diepen een bepaald onderwerp uit en
zijn daardoor minder geschikt bij woordenschatonderwijs. Het taalgebruik is ook vaak wat
lastiger.
Prentenboeken zijn wel erg geschikt bij woordenschatontwikkeling. De betekenis van
woorden wordt op verbale en op een visuele manier uitgedrukt. Het is ook vaak een
aantrekkelijk verhaal en dit motiveert kinderen om de betekenis van woorden te willen weten.
Een prentenboek dat je wilt inzetten moet hieraan voldoen:
- Er moeten voldoende nieuwe woorden in voorkomen
- De woorden moeten in een functionele context worden aangeboden
- De betekenis van nieuwe woorden moet door het verhaal c.q. de prenten duidelijk
worden gemaakt
- Het verhaal moet geschikt zijn voor thematische verwerkingsactiviteiten
- Het verhaal moet passen binnen de belevingswereld van kinderen
- Het taalgebruik moet aansluiten bij het niveau van de kinderen
Speciale prentenboeken voor woordenschatontwikkeling zijn aanwijsprentenboeken. Dit type
boeken zijn vooral geschikt voor de jongste kleuters.
2. Computer
De computer kun je op veel manieren inzetten bij woordenschatonderwijs. Het internet biedt
veel mogelijkheden om de betekenis van woorden te verduidelijken (plaatjes en foto’s).
Kinderen kunnen via Google zoeken maar dit moet je wel in de gaten houden omdat de
zoekmachine niet echt gemaakt is om de betekenis van woorden uit te leggen. Er is ook
speciale software. Vaak is de woordenschatontwikkeling een deel van het softwarepakket
dat zich op verschillende taalactiviteiten richt. Er zijn ook bepaalde websites die je kan
gebruiken.