Week 1: Inleiding
1.
Wat is customer equity?
○ The total combined customer lifetime values of all of a company’s customers.
2.
Welke marketingmanagementconcepten bestaan er?
○ Productieconcept
○ Productconcept
○ Verkoopconcept
○ Marketingconcept
○ Maatschappelijk marketingconcept
○ Duurzame marketingconcept
3.
Wat zijn de klantrelatiegroepen?
Zie figuur 1.7 pagina 27
Week 2: Strategische marketing
1.
Wat zijn nu de voordelen van een formele planning?
○ Stimuleert vooruitdenken
○ Dwingt doelstellingen en beleid toe te spitsen
○ Leidt tot betere coördinatie
○ Levert duidelijkere resultaatsnormen
○ Houvast voor controle
2.
Waarop richt zich een strategische planning?
○ Richt zich op aanpassing
○ Belangrijke vragen bij de opstelling van het plan, zijn:
→ Wat is ons activiteitenterrein?
→ Wie zijn onze klanten?
→ Waarom zijn we als organisatie actief?
→ Wat voor soort bedrijf zijn we?
3.
Wat is kenmerkend voor een missie?
○ Geeft bestaansreden van onderneming aan.
○ Is antwoord op de vraag naar de doelstelling van het bedrijf
○ Is een leidraad
○ Geeft aan of een product- of marktgericht gedefinieerd is
, 4.
Waaraan moet een missie voldoen?
○ Realistisch
○ Specifiek
○ Gebaseerd op onderscheidende competenties
○ Motiverend
Een missie moet een visie en een koers voor de komende 10 á 20 jaar bieden
5.
Hoe luidt het synoniem voor strategische doorlichting?
○ Audit
6.
Uit welke twee delen bestaat de strategische doorlichting?
○ Externe doorlichting (marketingomgeving)
○ Interne doorlichting (primair activiteiten), incl. balans en winst- en verliesrekening
7.
Waat staat de SWOT-analyse voor?
○ S = strength (sterke punten)
○ W = weakness (zwakke punten)
○ O = opportunities (kansen)
○ T = threats (bedreigingen)
8.
Wat zijn de primaire en de ondersteunende activiteiten van de waardeketen van
Porter?
Zie figuur 1.4 pagina 17
9.
Wat zijn de drie dimensies van Abell?
○ Wie/Afnemers.
○ Wat/Behoeften.
○ Hoe/Technologieën.