Verschillende landmarks in het perifere netvlies herkennen
Pars plana:
- Onderdeel van ciliary body
- Geen visuele functie
- Veelgekozen locatie voor incisie (tussen ooglens en retina in)
Ora serrata
- Overgang pars plana – retina
- Teeth en bays (meer nasaal dan temporaal)
- Meridional fold (meer nasaal dan temporaal)
Short ciliary nerve
- M.n. n de schuine richtingen boven en onder
- 4-8 per oog
- Zorgen voor de gehele gevoeligheid van het oog (m.u.v. de conjunctiva)
Long ciliary nerve
- Horizontale richtingen
- Innervatie dilatatiespier en cornea
- Lopen altijd samen met een arterie
Nasaal loopt arterie boven zenuw
Temporaal loopt arterie onder zenuw
Vortex ampullae
- Vene van choroidea (vaak één per kwadrant (half 8/half 11/etc.))
- Waar de venen van de choroidea bij elkaar komen
- Op de hoogte van de equator
Herkennen van en een uitgebreide beschrijving geven van onschadelijke perifere degeneraties
- Pavingstone degeneratie
Prevalentie tot 30% (neemt toe met de leeftijd/hogere aslengte)
Vorm van atrofie van chorio capillaris (RPE wordt minder)
Geen associatie met ablatio
Meestal bilateraal
Gele plekjes/leasies omgeven met pigment
Geen klachten
- Lattice degeneratie
Prevalentie 8-10%
Geen klachten
Grotere kans op scheuren (monitoren!) (1% kans)
Flitsen, floaters, scotomen (bergen/gordijnen)
Bilateraal, meer bij myopen
, - Twee vormen van wit
White without pressure (WWOP)
Tractie viterous – retina
Scherp begrensd
Scleral indentiation (controle om te kijken of het netvlies afligt)
(bijna) geen choroidea te zien; hebben openingen (witter dan WWP)
White with pressure (WWP)
Prevalentie 30-35%) neemt toe met leeftijd
Goed onderscheiden van ablatio met scleral indentation
Geen klachten
- Snail track degeneration
Jong en myoop (geen toename met leeftijd)
Glisterend, wittig
Bij equator
Voorstadium lattice ??
Risico ablatio (monitoren!) 10-20% kans
Evt. profylactisch laseren
- Retinoschisis
Degeneratie
Niveau OPL
Prevalentie 4%
Meest IT
Absoluut scotoom
Geen ablatio of vocht onder netvlies!
- CHRPE (congenitale hypertrofie RPE grotere en meer gepigmenteerde RPE-cellen)
Congenitaal
Scherp begrensd, vlak
Meestal unilateraal
Meestal nasaal perifeer
DDx: neavus/melanoom/litteken (bv. na toxoplasmose)
- Bear tracks (groepjes kleinere CHRPE)
Associatie met syndroom van Gardner/Familial Adenomatous Polyposis
Vaak veel goedaardigetumorgroei in darmen (poliepen, kan ook op andere
plekken groeien)
- Naevus
Vlak, scherp begrensd
Prevalentie ca. 5%
Geen klachten (alleen als het op macula zit soms metamorfopsie)
In de gaten houden (ABCDE) kan melanoom worden (kan 1:8000)
Meest voorkomende primaire intra-oculaire tumor bij volwassenen (grootste
risico is uitzaaiing)
To (thickness > 2 mm)
Find (subretinal Fluid)
Small (visual symptoms)
Ocular (orange pigment)
Melanoma (posterior margin touching disc)
Beleid:
Documenteren (foto, OCt, echo)