Thema 3 taak 1 OAC 1 PA Inleiding in de pathologie
Doelstellingen:
• De begrippen ‘pathologie’ en ‘orthopedie’ definiëren
• De indeling in ontstaanswijze van orthopedische aandoeningen benoemen
• Kan de betekenis van de termen uit de bijlage ‘medische termen’ benoemen
Orthopedie:
• Het onderdeel van de heelkunde dat zich bezighoudt met het voorkomen en de
behandeling van ziekelijke vorm- en functieveranderingen van het actieve en passieve
bewegingsapparaat. Orthopedie is een vertakking uit de pathologie.
• Preventie (primair, secundair, tertiair) = voorkomen
• Curatie = genezen
• Palliatie = verzachten
• Pathologie = ziekteleer
Orthopedische aandoening:
• Congenitaal = aangeboren. Bijvoorbeeld onvolledige groei van een ledemaat, alcohol en
drugs tijdens de zwangerschap en chondroplacie/ dwerggroei.
o Erfelijk
o Niet erfelijk
• Verworven = niet aangeboren. Bijvoorbeeld botbreuk of overbelasting. Idiopathisch is
oorzaak onbekend, zoals een frozen shoulder.
o Trauma
o Surmenage (overbelasting)
o Idiopathisch (zonder bekende oorzaak)
Congenitale aandoeningen:
• Lokalisatie
o Gegeneraliseerd
o Regiospecifiek/ lokaal
• Ontstaanswijze
o Erfelijk
o Niet erfelijk
Verworven aandoeningen:
• Trauma
o Fracturen (bijv. na ongeval)
o Rupturen (spier-, pees-, ligament-, labrum-, etc.)
o Ontstekingen (tendinitis, bursitis etc.)
o Luxaties (schouder-, radius-, AC-, SC-, patella- etc.)
o Neuropathie (bijv. na schouderluxatie)
• Surmenage
o Tendinopathie (bijv. tenniselleboog)
o Fracturen (bijv. stressfracturen)
o Bursitis (bijv. subacromiaal na bovenhands werk)
o Artritis
, o Neuropathie
Pathie is een overkoepelende naam voor bijvoorbeeld een tendinitis of tendinose. Een
tendinose is een degeneratie van de pees.
Idiopathisch verworven aandoeningen:
• Primaire artrose
• Primaire frozen shoulder
• Osteochondrose (groep aandoeningen waarbij zich in bot groeistoornissen voordoen)
• Osteonecrose (afsterven van botweefsel)
Pathologie:
• Epidemiologie
Incidentie: aantal nieuwe gevallen / tijd / aantal mensen
Prevalentie: aantal gevallen / aantal mensen op een specifiek moment. De prevalentie is
vaak hoger dan de incidentie.
• Etiologie en risicofactoren (=manier waarop iets ontstaat)
Intern: factoren die aan de patiënt gekoppeld zijn (osteoporose, laxiteit etc.)
Extern: factoren buiten de patiënt (schoeisel, veld, toetsenbord etc.)
• Pathofysiologie
Cellen, matrix verandering, functieverandering weefsel etc.
• Symptomatologie
Klinisch beeld: obectieve/ subjectieve ziekteverschijnselen van de patiënt (in het
buitenland gesplitst in signs (objectief) and symptoms (subjectief).
Klinische tekenen (semeions): laboratorium-/ beeldvormend onderzoek.
Het klinisch beeld en de klinische tekenen hoeven niet met elkaar overeen te komen.
Veel afwijkingen willen niet zeggen dat je ook veel pijn hebt en andersom.
• Beloop en prognostische factoren
Herstelbevorderend: sneller herstel (bijv. leeftijd <40, sportbeoefening, goede core-
stability)
Herstelbelemmerend: trager herstel (bijv. vrouwelijk, stressgevoelig, eerdere operaties)
• Behandeling
Fysiotherapeutisch
Overig (medisch, farmaceutisch, chirurgisch (invasief) etc.)
,Thema 3 taak 1 OAC 2 AN Osteologie en artrologie schoudergordel
Leerdoelen:
• De belangrijkste botpunten rond de schoudergordel herkennen op een afbeelding
• Van de gewrichten in de schoudergordel de volgende kenmerken benoemen:
anatomische naam; soort gewricht; bewegingsmogelijkheden; kop en kom.
• De functies beredeneren van de ligamenten in de schoudergordel
• Analyseren welke bewegingen in de schoudergordel leiden tot een specifieke complexe
handeling
Deelnemende botstukken schoudergordel (osteologie):
• Scapula: spina scapulae, acromion en processus coracoideus
• Clavicula: extremitas sternalis en extremitas acromialis
• Humerus: caput, tuberculum majus- minus en collum
• Thorax
Botpunten scapula:
Voor-, zij- en achter aanzicht.
, Vooraanzicht.
Botpunten clavicula:
Linker pijl: extremitas acromialis Rechter pijl: extremitas sternalis
De grote zijde zit aan het sternum vast, de kleine zijde aan het schouderblad.
Botpunten humerus:
Humerus grote tuberculum ligt meer lateraal. De kleine tuberculum ligt meer ventraal.
De pijlen onder de tuberculum zijn de christa.
Bovenste stippellijn is de collum anatomicum.
Onderste stippellijn is de collum chirurgicum.