communicatie, H4: Luisteren en luisterhouding, H6: Actief luisteren, H12: Opkomen voor
jezelf, H13: Intimiteit en ongewenste intimiteiten, H15: Zelfreflectie, H19: Crisissituaties,
H20: Begeleiden bij reacties op een crisis, H21: Agressief gedrag
Boek: Communicatie
Een Medium = Een informatiedrager die zorgt voor de overdracht van de informatie.
De soorten communicatie
1. Eenzijdige communicatie -> Wanneer er sprake is van eenrichtingsverkeer
2. Tweezijdige communicatie -> De ontvanger heeft de mogelijkheid om te
reageren op wat de ander zegt.
3. Verbale communicatie -> Communicatie dat gaat via woorden (gesproken of
geschreven)
4. Non verbale communicatie -> Alle communicatie dat niet via woorden loopt.
Interpreteren = Betekenis toekennen aan wat je waarneemt.
Nabijheid Gedrag = De afstand die iemand tot de ander kiest bij het communiceren
met deze persoon.
Emotionele besmetting = Het overnemen van de houding en de manier van doen
van de persoon met wie iemand communiceert.
Aan iedere communicatie zitten 2 kanten:
1. Inhoudelijk aspect (onderwerp)
2. Relationele aspect (Hoe)
De verschillende zones waarin mensen contact zoeken:
1. Intieme zone
2. Persoonlijke zone
3. Sociale zone
4. Publieke zone
Omgaan met ongewenste intimiteiten:
1. Actief verzet bieden
2. Geef grenzen meteen aan
3. Informeer je leidinggevende
4. Zoek de fout niet bij jezelf
5. Zoek steun
Effectieve communicatie = Als de ontvanger actief betrokken is bij de
informatieoverdracht en als de boodschap overkomt zoals de zender bedoelt.
Empathisch communiceren = Communiceren met begrip waarbij jezelf en
, H1: Aspecten van communicatie, H2: Communicatieproblemen, H3: Interculturele
communicatie, H4: Luisteren en luisterhouding, H6: Actief luisteren, H12: Opkomen voor
jezelf, H13: Intimiteit en ongewenste intimiteiten, H15: Zelfreflectie, H19: Crisissituaties,
H20: Begeleiden bij reacties op een crisis, H21: Agressief gedrag
een ander in zijn/haar eigen waarde laat.
Interculturele communicatie = De communicatie tussen de mensen van
verschillende cultuur.
Hulpmiddelen om taalproblemen te voorkomen of te verminderen
- Een tolk
- Visuele hulpmiddelen
- Non verbale communicatie
De Drie Stappen Methode (DSM) is een methodiek om culturele, religieuze en
andere verschillen te overbruggen.
Bij de Drie Stappen Methode (DSM) doorloop je drie stappen of fasen alvorens tot
actie over te gaan:
● Stap 1: Je eigen (cultuurgebonden) normen en waarden leren kennen. Welke
regels en codes zijn van invloed op je denken, handelen en communiceren?
● Stap 2: De (cultuurgebonden) normen, waarden en gedragscodes van de
ander leren kennen. Scheid meningen over het gedrag van de ander van de
feiten. Onderzoek wat het ‘vreemde’ gedrag van de ander betekent.
● Stap 3: Bepaal hoe je in de gegeven situatie met de geconstateerde
verschillen in normen en waarden omgaat. Bepaal vervolgens waar je
grenzen liggen wat betreft aanpassing aan en acceptatie van de ander. Maak
deze grenzen aan de ander duidelijk.
Onverschillig luisteren = Luisteren maar geen interesse hebben in wat de ander te
vertellen heeft.
Ongeïnteresseerd luisteren = Luisteren met weinig interesse, moeite met aandacht
erbij houden.
Passief luisteren = Je luistert alleen naar iemands woorden en let niet op de non-
verbale communicatie.
Ongeduldig luisteren = Wanneer je geen tijd hebt en het effect heeft op de manier
hoe je luistert.
Oordelend luisteren = Luisteren op een manier dat je meteen een oordeel hebt
door wat je hoort of ziet.