Saldo = opbrengsten – toegerekende kosten
Winst- en verliesrekening:
- Opbrengsten
- Kosten: variabele kosten & vaste kosten
Hoofdstuk 1 – de balans
= overzicht van bezittingen en hoe ze gefinancierd zijn
- De balans is een momentopname
- Wordt gemaakt om de belastingaangifte te kunnen doen
- Gebeurt op 1 januari, of op 1/12 mei
- Linker- en rechterkant van de balans zijn altijd gelijk
- Normale pachtgrond komt niet op de balans te staan, erfpacht komt er wel
op te staan.
Debet / activa Credit / passiva (=wijze van
(=vermogensbehoefte) financiering)
Immateriële vaste activa Eigen vermogen
(Fosfaatrechten)
Materiële vaste activa (Grond, Hypotheek
gebouwen, mechanisatie, veestapel)
Financiële vaste activa (geld in Crediteuren (smid, voerleverancier,
melkfabriek) etc. diegene die nog geld tegoed
hebben van jou)
Vlottende activa (voer, nog te Bank
ontvangen melkgeld,
kas/portemonnee)
(Op basis van slijtvastheid) (Eigen vermogen bovenaan, dan
hypotheek, dan volgorde hoe lang je
het geld kan gebruiken)
Soorten balansen:
Fiscale balans: om te bepalen hoeveel belasting er betaald moet worden
Bedrijfseconomische balansen: voor de ondernemer opgesteld om te
bepalen wat de vergoeding is voor de ondernemer voor de inzet van zijn
arbeid, vermogen en risico.
Liquiditeitsbalansen: werkelijke waarde van bezittingen bij vrije verkoop en
vermogen dat de ondernemer in het bedrijf heeft geïnvesteerd
, Privé-balansen: welke bezittingen en schulden de ondernemer heeft buiten
het bedrijf
Buitenvennootschappelijke bedrijfsbalansen: bezittingen en schulden van
ondernemer die goederen in gebruik heeft gegeven aan een
samenwerkingsverband.
Hoofdstuk 2 – arbeid
Vaste kosten:
- Niet toe te rekenen aan een eenheid
- Met deze kosten kan je de ondernemerskwaliteit beoordelen
- Kunnen niet dagelijks bijgestuurd worden
- Volgorde (van fiscale boekhouding):
Arbeid
Loonwerk
Mechanisatiekosten
Grond en gebouwen kosten
Algemene kosten
Rente kosten
Invloed op arbeidskosten: handigheid, bedrijfsomvang & ligging, automatisering,
gezinssituatie, mechanisering
- Eigen arbeid zijn geen kosten
- Familiearbeid die niet worden betaald zijn geen kosten
- Stageloper die betaald word wel
- Ingehuurde zzp’er zijn wel kosten
- Arbeidskosten kunnen ook staan in het loonwerktarief en inseminatietarief
Arbeid vergelijken
Mensjaar = 1700 uur
Arbeidsjaareenheden (aje) > 2000 uur
!! dus niet groter
Voorbeeld: een ondernemer werk 1800 uur, hoeveel aje en hoeveel
mensjaren zijn dit?
Mensjaren: 1800/1700 = 1,05
Aje: 1 aje
Door dit te berekenen kan je gaan vergelijken met andere bedrijven
Hoofdstuk 3 – mechanisatie
Machinekosten bestaan uit:
- Onderhoud
- Verzekeringen