Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Volledige samenvatting voedingsleer

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
43
Geüpload op
14-04-2020
Geschreven in
2018/2019

Zeer uitgebreide samenvatting van het vak voedingsleer. Per week wordt de stof behandeld (uit zowel het boek als de powerpoint). De volgende hoofdstukken worden behandeld: H1.1 t/m 1.5, H2.2.1, H2.2.2 &H2.3, H7, H9 H5.3 t/m 5.8, H10 & H16 H5.1 t/m 5.2 H13 H14 H15

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting voedingsleer
Week 1.1 H1.1 t/m 1.5, H2.2.1, H2.2.2 &H2.3, H7, H9

H1.1 Voedingspatronen en voedingsgedrag

Voor individuen, maar ook voor groepen, zijn bepaalde voedingspatronen te herkennen.
Voedingspatroon  de wijze waarop een individu, een groep of een volk zich gewoonlijk voedt. Een
voedingspatroon geeft antwoord op de vraag: wie eet wanneer wat in welke hoeveelheid, waar en
hoe?

1.2 Factoren die een rol spelen bij het ontstaan van een voedingspatroon en voedingsgedrag
Het ontstaan van een voedingspatroon hangt samen met een aantal factoren:

 Omgevingsfactoren: geografische, klimatologische, technologische etc.
 Sociaal-culturele factoren: welk voedsel wordt als eetbaar beschouwd?
 Persoonsgebonden factoren: fysiologische en psychologische factoren.

Het voedingspatroon is de stabiele component van voedingsgedrag (dit zijn twee verschillende
begrippen!).
Het voedingsbeleid van de nationale overheid is gericht op de zorg voor een veilig voedselpakket en
op de bevordering van goede voedingsgewoonten door onderwijs en voorlichting.
De warenwet is een instantie die een veilig voedselpakket waarborgt.
De voeding van gezondheidsraad adviseert de overheid over de voedselvoorziening.

Wat en hoe iemand eet is sterk cultureel bepaald. Het wordt je vaak als kind aangeleerd.

1.3 het ontstaan van het huidige voedingspatroon (1850-1980)
Basis huidige voedingspatroon: industriële revolutie.
Voedingspatroon pre-industriële revolutie: schaarste en gebrek aan variatie.
De industriële revolutie bracht grote veranderingen met zich mee:
-groeiende welvaart
-vernieuwing in landbouw en veeteelt
-ontstaan van voedingsindustrie
-kwaliteitscontrole van de overheid
Na 1950 steeds minder aardappelen, brood en melk en veel meer vlees, kaas, groenten en fruit.
Ook trokken veel meer mensen van het platteland naar steden.

1.4 het huidige voedingspatroon
Welvarend met een zeer divers voedingsmiddelenaanbod. Er worden veel industrieel bewerkte
producten aangeboden, ook de dierlijke en geraffineerde producten nemen toe. Door de
verschuivingen is de hoeveelheid energie, verzadigd vet, suiker en zout toegenomen en de inname
van vezels, vitamines en mineralen afgenomen. Dit wordt in verband gebracht met de toenemende
aantal welvaartsziektes:

 Teveel energie  overgewicht, diabetes, hart- en vaatziekte, kanker
 Teveel verzadigd vet  hart- en vaatziekte, kanker
 Teveel suiker/zure producten  tandcariës en tanderosie
 Te weinig voedingsvezel  darmfunctiestoornissen, kanker
 Te veel zout  hypertensie, nierfunctiestoornissen
 Te veel alcohol  hypertensie, levercirrose, mond-, keel-, slokdarmkanker

Trends op het gebied van voedingspatronen:

1. Maaltijden worden minder belangrijk en worden vaker overgeslagen.
2. Voedselbereiding verschuift van het huishouden naar professionele bereiding (kant-en-
klaarmaaltijden).
3. Veel divers eten.
4. Steeds vaker buiten de deur eten.

, 5. Brede belangstelling voor biologische voeding en streekproducten.

Biologische producten hebben de volgende kenmerken:

 Afkomstig van biologische landbouw: geen kunstmest, chemische synthetische
bestrijdingsmiddelen
 Geen genetisch gemodificeerde organismen
 Geen chemische-synthetische geur-, kleur- en smaakstoffen en conserveringsmiddelen

Duurzame voeding is niet hetzelfde als biologische voeding. Voor biologische voeding gelden
duidelijke criteria en worden ze gecontroleerd.

1.5 alternatieve voeding

Motieven om alternatieve voeding te gaan gebruiken zijn:
-diervriendelijkheid
-gezondheid
-milieu/duurzaamheid
-eerlijke handel

 Vegetarisme
Hierbij worden geen levensmiddelen gebruikt die zijn verkregen door het doden van dieren. Een
veganist is een tak die helemaal geen dierlijke producten eet.
Vegetarisme vormt op zichzelf geen voedingspatroon maar is een kernmerk van veel alternatieve
voedingssystemen. Veganistische voeding is arm aan Vit B2, calcium, zink en ijzer en bevat geen
vit B12
-Reformbeweging: meer rekening houden met een natuurlijke levenswijze, zon, licht en lucht
speelden een belangrijke rol.
Redenen om vegetarisch te worden:
-schadelijkheid van vlees
-tegen de uitwassen van de bio-industrie
-bang voor voedingsschandalen
-de prijs

 Macrobiotiek
Een oude Oosterse levensfilosofie waarin het streven naar evenwicht centraal staat. Evenwicht
wordt gesymboliseerd door yin-yang.
Yin: vruchten, rauwe bladgroente, vitamine C, scherpe, zoete en zure producten.
Yang: vlees, vis, zout en bittere producten.

 Antroposofie
ontwikkeld door Rudolf Steiner. De natuurwetenschappelijke voedingsleer zou tekort schieten
omdat deze alleen de waarneembare feiten beschouwt en niet de niet-waarneembare geestelijke
aspecten van organismen. Ze beoordelen voeding dus niet alleen op voedingsstoffen maar ook op
grond van het geestelijke. De invloed van de kosmos is hierbij van groot belang.
Er spelen twee indelingen een rol:
o Vierledig beeld natuur en mens  in vier rijken delen:
1. Mineralenrijk
2. Plantenrijk
3. Dierenrijk
4. Mensenrijk
Een jong kind eet meer vlees dan een oudere.
o Drieledig beeld natuur en mens:
1. Lichaam (willen) - bloesem, vrucht en zaad - stofwisseling, ledematenstelsel en
voortplantingsorganen
2. Ziel (voelen) - stengel en blad - ademhaling en circulatie
3. Geest (denken) - wortel en knol - zenuw-zintuigstelsel
Een maaltijd is pas volwaardig wanneer drie delen van de plant erin voorkomen.

, Het eten wordt ook altijd goed geproefd, goed gekauwd en er is een prettige sfeer
aan tafel. Bij ziekte kan deze vorm worden toegepast zodat het balans wordt hersteld.
 Reuma  extra aandacht voor graanproducten en zaden
 Multiple sclerose  extra aandacht voor wortelen en knolgerechten
 Anemie  extra groende bladgroenten eten.

Bij macrobiotische en antroposofische voeding is het voedingspatroon verschillend op de volgende
punten:

 Minder energie
 Minder verzadigd vet
 Minder cholesterol
 Meer koolhydraten (met name zetmeel)
 Minder suiker
 Meer voedingsvezel
 Meer vitamines, mineralen en bioactieve stoffen
 Minder zout
 Minder alcohol

De voeding vertoont grote overeenkomsten met de Richtlijnen goede voeding.

Aantal voedingsstoffen uitgelicht:

 Vitamine B12
Zit in dierlijke producten  probleem bij strenge macrobioten en veganisten. Vaak suppletie
aanbevolen.
 Vitamine B2 en calcium
Zit in melk en melkproducten  vooral grote behoefte bij kinderen en zwangere vrouwen.
Alternatief op koemelk is met Calcium en vit B2 verrijkte sojamelk (soms suppletie).
 Vitamine D
Uit zonlicht  voor mensen met donkere huid, zuigelingen en ouderen soms vitamine D
preparaat.
 IJzer
Vooral voorraad non-haem (uit planten) vaak voldoende  resorptie non-haem bevorderen door
vitamine C rijke producten te consumeren (groente en fruit)
 Voedingsvezel
teveel aan voedingsvezels nadelig voor jonge kinderen, ouders en zieken (voedselbrij wordt te
volumnieus)  kan leiden tot snelle verzadigdheid waardoor niet voldoende wordt gegeten om te
voorzien in de behoefte aan voedingsstoffen en energie.
 Eiwit
Bij vegetarische voeding wordt eiwit vaak volledig gedekt zolang er voldoende energie wordt
opgenomen  bij chronische ziekte kan de eiwitvoorziening tekort schieten.




H2.2.1, H2.2.2 &H2.3

, Voedsel en de consument
Door de grote toename in vraag naar voeding wordt er meer geproduceerd. Dit leidt tot veel voordelen
maar ook nadelen:
1. Zo zijn er risico’s voor de gezondheid aan verbonden. Voor de consument zijn de risico’s voor de
gezondheid van toegevoegde stoffen niet helemaal duidelijk.
Mensen uit de gezondheidszorg krijgen steeds meer vragen over de veiligheid van voedsel.
2. Milieuverontreiniging ten gevolg van de productie en verwerking. Grootschalige landbouw heeft een
negatief effect op het milieu.
3. Toenemende afstand tussen producent en consument en de verdergaande technologie wordt
steeds groter dat de overheid zich ermee gaat bemoeien. Zij controleren de kwaliteit en zorgen ervoor
dat de consument de juiste informatie krijgt.

Voedselproductie
Er zijn twee vormen van landbouw: intensieve en extensieve vorm.
Intensief: kunstmest en bestrijdingsmiddelen spelen een belangrijke rol. In de veeteelt worden dieren
zo efficiënt mogelijk slachtrijp gemaakt (bio-industrie).
Extensief: biologische landbouw staat centraal en men wil zo min mogelijk ingrijpen in de natuur.

 Intensieve landbouw
de opbrengt per hectare is hierbij hoog. Nadeel van het gebruik van kunstmest is dat het
gehalte aan nitraat in bodemwater toeneemt waardoor het nitraatgehalte in gewassen stijgt.
Het vormt ook een bedreiging voor het drinkwater.
Monoculturen: groot aantal hectare waar slechts één soort gewas op wordt verbouwd.
Bestrijdingsmiddelen zijn meestal synthetische stoffen die niet of langzaam worden
afgebroken en in het milieu leiden tot accumulatie (te hoge concentraties zijn giftig). Resten
van bestrijdingsmiddelen op voeding heet: residuen of contaminanten.
In de wet gewasbescherming en biociden wordt de toelating van bestrijdingsmiddelen
geregeld.
Bio-industrie: het zo snel mogelijk slachtrijp maken van dieren op een zo efficiënt mogelijke
manier. Dit kan leiden tot grote problemen.

Een groot probleem zijn de mestoverschotten. Mest uit de bio-industrie is niet geschikt om de
bodem te verrijken met voedingsstoffen (bevat teveel koper en ammoniak). De boer moet hier
toch vanaf en strooit een deel uit over het land waardoor de verzuring toeneemt.

De kans op residuen van antibiotica en hormonen in vlees zijn afgenomen door strengere
maatregelen. In de EU is het niet toegestaan antibiotica of hormonen aan diervoeder toe te
voegen om de vleesopbrengst te verhogen. Antibiotica mogen alleen worden gebruikt tegen
ziekte. Nadeel van het gebruik van antibiotica is dat bacteriën resistent zijn geworden
waardoor ze moeilijker te bestrijden zijn.
 Extensieve landbouw (biologisch)
Kenmerken van de biologische landbouw zijn:
-geen gebruik van kunstmest en synthetische bestrijdingsmiddelen
-vruchtwisseling ter voorkoming van ziekten en plagen
-diervriendelijke behandelen van het vee en geen gebruik van krachtvoer.
-geen GMO
Een bepaalde vorm van biologische landbouw is de biologisch-dynamische methode. Men
stelt duurzame vruchtbaarheid van de bodem centraal en stelt daarom hierbij hogere eisen
aan de vruchtwisseling en de diversiteit van gewassen. Heet dynamische heeft betrekking op
het idee dat ook niet-zintuigelijke waarneembare krachten uit de kosmos het leven op aarde
beïnvloeden. Deze methode houdt rekening met het zaaien, oogsten en andere bewerkingen
op het land.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H1, 2, 3, 4, 5, 7, 9, 10, 13, 14, 15, 16
Geüpload op
14 april 2020
Aantal pagina's
43
Geschreven in
2018/2019
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€10,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
Laurapolo
5,0
(1)

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Bundel voedingsleer C-cluster Food&Business
-
1 3 2020
€ 15,99 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
Laurapolo Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
4
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
3
Documenten
20
Laatst verkocht
5 jaar geleden
Samenvattingen Food&Business leerjaar 1 t/m 3

Hi Allemaal! Tijdens het voorbereiden van tentamens schrijf ik altijd samenvattingen van de boeken, de hoorcolleges en soms ook van de leerdoelen. Ik probeer voor mezelf soms ook een oefententamen te maken. Alles wat ik in de afgelopen leerjaren heb verzameld aan samenvattingen, oefenen tentamens etc. zal ik met jullie delen op Stuvia! Ik hoop dat jullie er iets aan zullen hebben en de tentamens goed zullen maken!

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen