Opbouw:
Het urogenitaal stelsel bestaat uit de volgende onderdelen:
2 nieren ren/ nefros
2 urineleiders ureters
Blaas cystis, vesica urinaria
Urinebuis urethra
Functie:
De functie van het urinevormend apparaat is
het zo constant mogelijk houden van de
concentratie van lichaamsvloeistoffen. Deze
vloeistoffen zijn water, urine en bloed. Ook is
een belangrijke functie het verwijderen van
giftige afvalstoffen. Dit gebeurt voornamelijk
in de lever maar de nieren spelen ook een
grote rol hierbij. Ureum wordt afgevoerd door
de lever en is een afvalstof wat vrijkomt van
de eiwitwisseling. Een andere functie is het
zuiveren van het bloed en produceren van urine (afvalstof).
Nieren:
De nieren zijn boonvormige, donkerbruine organen, die boven in de buik
tegen de rug aan liggen. Ieder dier heeft 2 nieren. Iedere nier bestaat uit 3
delen; het schorts, de merg en de nierbekken. De nieren zorgen voor een
goede doorbloeding om het lichaam te laten functioneren. Wanneer dit
niet gebeurt? Sterft het dier na 24-48 uur aan vergiftiging van de
afvalstoffen.
Vorming urine:
Bloed stroomt via de nierslagaders naar de nieren. Daar vertakken deze
nierslagaders tot haarvaten. In de nierschors liggen miljoenen kleine filters
of (glomeruli), waar continu bloed vanuit deze haarvaten doorheen worden
gedrukt. Zo gaat vanuit het bloedvocht met alle opgeloste stoffen het
filtersysteem in (glomerulaire filtratie). Deze opgeloste stoffen zijn niet
alleen afvalstoffen, maar ook nuttige stoffen, zoals glucose, vitamines en
zouten. Eiwitten en bloedcellen zijn te groot om door de wand van deze
haarvaten te komen en blijven dus in het bloed. Dit gefilterde vocht wordt
voorurine genoemd. Vanuit de filtertjes lopen lange
buisjes door het niermerg. Hier wordt het meeste
water uit de voorurine weer opgenomen in het
bloed, samen met de nuttige stoffen die het
lichaam nog nodig heeft. Hier wordt ook geregeld
hoeveel water er terug moet in het bloed. Wat
overblijft is ‘echte’ urine. De urine komt vanuit
kleine kelkjes in het niermerg in grotere kelken en