“ Niets uit dit docum ent m ag w or den over genom en
door der den.”
Oefentoets staat bij toetsen & beoordelen
Minimaal 4 vragen per toets doel
1 kan op globaal niveau de inhoud van het Beroepsprofiel Verpleegkundige 2020
weergeven BS1 (HC6)
Leerdoelen
Kan op globaal niveau de inhoud van het Beroepsprofiel Verpleegkundige
2020 weergeven:
o trends in zorgvraag en –aanbod;
o kern van verplegen;
o kernset van patiëntproblemen;
o zelfmanagement.
Trends in zorgvraag en -aanbod
Vergrijzing (toename aantal ouderen) toename aantal chronische zieken
(bij ouderen toename van co-morbiditeit = meer aandoeningen naast
hoofddiagnose)
Belang van preventie bij chronisch zieken
Langdurige zorg wordt vaker thuis verleent door de participatie wet (van
die wet moesten mensen vaker thuisblijven) -> hiervoor gebruiken ze
mantelzorgers. Gevolgen zijn o.a. overbelaste mantelzorgers, verhoogde
kosten en intensievere zorg nodig bij opname.
Sociaal-culturele ontwikkelingen zoals: mondige patiënten (door het
internet), afnemende beschikbaarheid van mantelzorgers, hoge
verwachtingen van de zorg, opkomst technologie en de groter wordende
kloof tussen arm en rijk.
Belang van zelfmanagement/eigen regie. Zelfmanagement is het zo goed
mogelijk opgaan met een chronische ziekte. Dit is kostenbesparend; het is
ook echt bewezen dat de kwaliteit van leven/ welbevinden beter is. Dit kan
door de steun (ondersteuning) van professionals en mantelzorgers. Ook E-
health helpt.
Iedere patiënt is uniek en verdiend zorg op maat.
De patiënt kijkt als volgt naar de verpleegkundige: verwacht het werken
volgens standaarden, verwacht hoge kwaliteit van zorg, wil zorg
georganiseerd in de keten zonder muren en is goed geïnformeerd (echter
niet altijd).
, Wat wordt verwacht van de verpleegkundige? Werkt volgens standaarden
en protocollen. Houdt rekening met marktwerking en kostenbesparing. Kan
multidisciplinair samenwerken in de keten. Houdt rekening met
eenzaamheid en individualisering. Zijn specialisten of generalisten.
Onderzoekt loopbaan- en ontwikkelmogelijkheden. Heeft ICT-
vaardigheden.
Kern van verplegen
Dient een specifiek doel:
Het doel van verplegen is het bevorderen van gezondheid, herstel, groei
en ontwikkeling en het voorkomen van ziekte, aandoening of beperking. Bij
ziekte of handicap is het doel lijden en pijn te minimaliseren en helpen bij
de acceptatie. Zorgen voor best mogelijke kwaliteit van leven tot aan het
eind.
Omvat een specifieke manier van interveniëren:
Verpleegkundige interventies zijn gericht op het versterken van het
zelfmanagement van mensen, voor zover mogelijk. Dat betekent het
krachtig maken van mensen en hen helpen bij het bereiken, handhaven of
(opnieuw) verwerven van hun onafhankelijkheid.
Verplegen omvat:
het vaststellen van de behoefte aan verpleegkundige zorg; therapeutische
interventies en persoonlijke verzorging; informatievoorziening, educatie,
advies, en voorspraak; lichamelijke, emotionele en geestelijk
ondersteuning. Naast de directe patiëntenzorg omvat de verpleegkundige
praktijk ook coördinatie, deskundigheidsbevordering en beleid- en
kennisontwikkeling.
Vindt plaats in een specifiek domein:
Ieder mens heeft zijn eigen reacties en ervaringen. Reacties kunnen
lichamelijk, psychisch, sociaal, cultureel of spiritueel van aard zijn (vaak
combinatie hiervan). ‘Mensen’ wil zeggen: personen van alle leeftijden,
families en gemeenschappen, in alle levensfasen.
Is gericht op de persoon als geheel:
Verplegen is gericht op de persoon als geheel in zijn of haar context met
zijn of haar leefwijze, niet op een bepaald aspect of een specifieke
pathologische situatie.
Is gebaseerd op ethische waarden:
Verplegen is gebaseerd op ethische waarden, waarin respect voor de
waardigheid, de autonomie en de uniciteit van mensen centraal staat.
Betekent commitment aan partnerschap.
Verpleegkundigen werken in partnerschap met patiënten, hun naasten en
andere mantelzorgers, en in samenwerking met andere professionals in
een multidisciplinair team. Waar dat geëigend is treden ze op als
teamleider, delegeren zij werk naar anderen en superviseren dat. Op
andere momenten participeren zij als teamlid onder leiding van anderen.
Hoe dan ook, verpleegkundigen blijven te allen tijde persoonlijk en
professioneel verantwoordelijk voor hun eigen beslissingen en acties.
Kernset van patiëntproblemen
,De problemen van mensen waar verpleegkundigen zich het meest op richten
worden op 4 gebieden van het menselijk functioneren: het lichamelijke, het
psychische, het functionele en het sociale. De gemeenschappelijke problemen
zijn niet ziekte- specifiek, ze kunnen optreden bij zowel acuut als chronisch zieke
mensen, bij kinderen en ouderen en bij mensen met zeer verschillende
aandoeningen.
De kernset patiëntproblemen kan je gebruiken als alternatief voor NANDA. Het
zijn verpleegkundige problemen onderverdeeld door verschillende terminologie
(settings). Hiermee kan je ook de problemen van je patiënt in kaart brengen.
NANDA domeinen zijn voor de diagnosefase. Het zijn hulpmiddelen, geen doel op
zich.
Zelfmanagement
Zelfmanagement is het individuele vermogen van personen om waar mogelijk
gezondheidsproblemen te voorkomen, en, wanneer deze toch optreden: om te
gaan met de symptomen, de behandeling, de lichamelijke, psychische en sociale
consequenties van de gezondheidsproblemen en aanpassingen in leefstijl.
Hierdoor is men in staat om de eigen gezondheidstoestand te monitoren en te
reageren op een manier die bijdraagt aan een bevredigende kwaliteit van leven.
Verpleegkundige richten zich op het ondersteunen van het zelfmanagement van
mensen, hun naasten en hun sociale netwerk, met als doel het behouden of
verbeteren van het dagelijks functioneren in relatie tot gezondheid en ziekte en
kwaliteit van leven.
ADL = Activiteiten van het Dagelijks Leven -> bijv. wassen, aankleden, eten en
bewegen.
IADL= Instrumentele Activiteiten van het Dagelijks Leven (activiteiten waardoor
iemand zelfstandig kan leven) -> bijv. boodschappen doen, telefoneren, met geld
omgaan, reizen en medicijnen innemen.
Mensen ervaren de impact die een ziekte, beperking of een behandeling heeft
primair in hun dagelijks functioneren. Bij een acute aandoening verandert er van
alles en kan iemand plotseling niet meer doen wat hij gewend was. Bij chronische
aandoeningen gaan die veranderingen geleidelijker.
2 kan benoemen wat de beroepscode inhoudt BS1 (HC6)
Kan benoemen wat de beroepscode inhoudt;
Er zijn enkele kaders waar wij ons aan moeten houden. Zoals het beroepsprofiel;
De aanleiding hiervoor was de eerdergenoemde trends. De beroepscode is een
leidraad voor je handelen als professional (beroepsnormen- en waarden). De
code bestaat uit: Algemene punten met betrekking tot de beroepsuitoefening. De
verpleegkundige/ verzorgende in relatie tot de zorgvrager. De verpleegkundige/
verzorgende in relatie tot (in)formele samenwerkingspartners. De
verpleegkundige/ verzorgende in relatie tot de samenleving. Een ander kader is
de wet BIG. Het BIG-register is een databank voortkomend uit de wet BIG. Hier
staan de registraties van zorgverleners in.
, 3 kan de CanMEDsgebieden en –rollen benoemen in relatie tot het verpleegkundig
beroep BS1 (HC6)
Kan de zeven CanMEDs gebieden en –rollen benoemen in relatie tot het
verpleegkundig beroep;
Canadian Medical Education Directions for Specialist (CanMeds)
Model dat richting geeft aan het bepalen van inhoud van medische en
paramedische beroepen.
Basis van de opleiding
7 “Competentiegebieden” met 7 beroepsrollen
1. Vakinhoudelijk handelen > Zorgverlener
Telt op basis van klinisch redeneren de behoefte aan verpleegkundige zorg
vast op lichamelijk, psychisch, functioneel en sociaal gebied, indiceert en
verleent deze zorg in complexe situaties, volgens het verpleegkundig
proces, op basis van evidence based practice.
Versterkt (voor zo ver mogelijk) het zelfmanagement van mensen in hun
sociale context. Ze richt zich daarbij op gezamenlijke besluitvorming met
de zorgvrager en diens naasten en houd rekening met diversiteit in
bepaalde aspecten
Indiceert en voert verpleegtechnische (voorbehouden) handelingen uit op
basis van zelfstandige bevoegdheid of functionele zelfstandigheid zoals
beschreven in de wet BIG.
2. Communicatie > Communicator
Communiceert op persoonsgerichte en professionele wijze met de
zorgvrager en diens informele netwerk, waarbij voor optimale informatie-
uitwisseling wordt gezorgd.
3. Samenwerking > Samenwerkingspartner
Gaat een vertrouwensrelatie aan, werkt effectief samen vanuit het principe
van gezamenlijke besluitvorming met de zorgvrager en diens naasten en
ondersteunt hen in het zelfmanagement.
Werkt zowel binnen als buiten de eigen organisatie samen met andere
beroepsbeoefenaren of instanties waarin zij als autonome professional
haar bijdrage levert aan de kwaliteit en continuïteit van zorg.
4. Kennis en wetenschap > Reflectieve EBP Professional
Handelt vanuit een continu aanwezig onderzoekend vermogen leidend tot
reflectie, evidence based practise (Ebp) en innovatie van de
beroepspraktijk.