De tijd van Grieken en Romeinen
Het tweede tijdvak van de geschiedenis is van 3000 v.C. tot 500 n.C. Je kan voor deze tijd ook weer
twee namen gebruiken: de oudheid en de tijd van Grieken en Romeinen. Omstreeks 3000 v.C.
ontstond de uitvinding van het schrift, dus was de oudheid begonnen. In deze periode ontstonden er
verschillende belangrijke beschavingen van de Grieken en Romeinen.
Wetenschap en politiek in de Griekse stadstaat
KA: 4 ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek
in de Griekse stadstaat.
KA: 5 de klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
De eerste Griekse beschavingen
De oudste beschaving in Europa is de Minoïsche beschaving op Kreta. Een beschaving
is een hoogontwikkelde cultuur. De Minoïsche beschaving is genoemd naar koning
Minos en had een schrift. Er is weinig over deze beschaving bekend, omdat dit schrift
nauwelijks is ontcijferd.
Grieken gingen rond 1500 v.C. vanaf het Europese vasteland heersen over Kreta. In
die tijd ontstond de vroegste Griekse beschaving. De Myceense koningen vochten
vaak tegen elkaar, maar in de 13e eeuw v.C. voerden ze wel gezamenlijk oorlog tegen
de Hittieten om de stad Troje. De verhalen over Troje werden eeuwenlang
doorverteld. De Myceense beschaving ging in de 12 e eeuw v.C. ten onder.
De cultuur van de Griekse stadstaten
Een nieuwe Griekse beschaving ontstond in de 8 e eeuw v.C. De Grieken leefden toen
in ongeveer 200 onafhankelijke stadstaten (poleis) met een landbouw-stedelijke
samenleving. Athene en Sparta waren de grootste stadstaten. Doordat er een
bloeiende economie was groeide de bevolking snel. Toen Griekenland overbevolkt
werd, vertrokken Grieken uit hun stadstaten. Ze vestigden zich in koloniën.
Door de cultuur die ze samen hebben voelden de Grieken zich één volk, maar ze
leefden niet in dezelfde staat. Ze vereerden wel dezelfde goden, want ze geloofden in
meerdere goden (polytheïsme). Ze hadden een mythologisch wereldbeeld. De
Griekse handel, nijverheid en welvaart groeide met behulp van kolonisatie en een
gemeenschappelijke munt (drachme).
Nog niet af: volgende lessen
De antieke (uit de oudheid) Grieken noemden de niet-Grieken barbaren. Ze hadden
niks met deze barbaren.
Burgerschap en politiek
Verschillende bestuursvormen:
- Autocratie: alleenheerser
- Monarchie: erfelijke koning
- Aristocratie: adelen (groep met erfelijke voorrechten)
- Oligarchie: aanzienlijken (groep rijke mensen)
- Democratie: alle burgers
Het tweede tijdvak van de geschiedenis is van 3000 v.C. tot 500 n.C. Je kan voor deze tijd ook weer
twee namen gebruiken: de oudheid en de tijd van Grieken en Romeinen. Omstreeks 3000 v.C.
ontstond de uitvinding van het schrift, dus was de oudheid begonnen. In deze periode ontstonden er
verschillende belangrijke beschavingen van de Grieken en Romeinen.
Wetenschap en politiek in de Griekse stadstaat
KA: 4 ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek
in de Griekse stadstaat.
KA: 5 de klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
De eerste Griekse beschavingen
De oudste beschaving in Europa is de Minoïsche beschaving op Kreta. Een beschaving
is een hoogontwikkelde cultuur. De Minoïsche beschaving is genoemd naar koning
Minos en had een schrift. Er is weinig over deze beschaving bekend, omdat dit schrift
nauwelijks is ontcijferd.
Grieken gingen rond 1500 v.C. vanaf het Europese vasteland heersen over Kreta. In
die tijd ontstond de vroegste Griekse beschaving. De Myceense koningen vochten
vaak tegen elkaar, maar in de 13e eeuw v.C. voerden ze wel gezamenlijk oorlog tegen
de Hittieten om de stad Troje. De verhalen over Troje werden eeuwenlang
doorverteld. De Myceense beschaving ging in de 12 e eeuw v.C. ten onder.
De cultuur van de Griekse stadstaten
Een nieuwe Griekse beschaving ontstond in de 8 e eeuw v.C. De Grieken leefden toen
in ongeveer 200 onafhankelijke stadstaten (poleis) met een landbouw-stedelijke
samenleving. Athene en Sparta waren de grootste stadstaten. Doordat er een
bloeiende economie was groeide de bevolking snel. Toen Griekenland overbevolkt
werd, vertrokken Grieken uit hun stadstaten. Ze vestigden zich in koloniën.
Door de cultuur die ze samen hebben voelden de Grieken zich één volk, maar ze
leefden niet in dezelfde staat. Ze vereerden wel dezelfde goden, want ze geloofden in
meerdere goden (polytheïsme). Ze hadden een mythologisch wereldbeeld. De
Griekse handel, nijverheid en welvaart groeide met behulp van kolonisatie en een
gemeenschappelijke munt (drachme).
Nog niet af: volgende lessen
De antieke (uit de oudheid) Grieken noemden de niet-Grieken barbaren. Ze hadden
niks met deze barbaren.
Burgerschap en politiek
Verschillende bestuursvormen:
- Autocratie: alleenheerser
- Monarchie: erfelijke koning
- Aristocratie: adelen (groep met erfelijke voorrechten)
- Oligarchie: aanzienlijken (groep rijke mensen)
- Democratie: alle burgers