HC 1 - INTRODUCTIE EN INLEIDING EVIDENCE-BASED HRM
1.1 WAT IS (EVIDENCE-BASED) HRM?
HRM: som van alle strategie, beleid, procedures en dagelijkse handelingen die samen tot een doel
hebben de werknemer-werkgever relaties in organisaties te sturen om de doelen van organisaties te
helpen bereiken en tegelijkertijd te zorgen voor afstemming op verschillende contextuele
omstandigheden zoals organisatiekenmerken, economie, concurrentie, arbeidsmarkt, juridische en
institutionele context en maatschappelijke dynamiek.
HR praktijken: alle activiteiten en procedures die worden gebruikt voor het aansturen van
werknemer-werkgever relaties in organisaties en worden ervaren en gebruikt door managers, int
teams, door projectleiders en door medewerkers zelf.
EVIDENCE-BASED HRM: BESLUITVORMINGSPROCES OM MENSEN-GERELATEERDE
KWESTIES IN ORGANISATIES AAN TE PAKKEN DOOR HR-PROFESSIONALS DIE:
Bewust hun expertise en beoordelingsvermogen inzetten door
Gebruik te maken van lokaal bewijs dat relevant is voor het besluit, wat bestaat uit
informatie vanuit de mensen die beïnvloedt worden door het besluit
En door een kritisch evaluatie van het best beschikbare externe onderzoeksbewijs.
Waarom gebruiken niet alle organisaties effectieve HR praktijken:
Elke organisatie heeft zijn eigen kenmerken, behoeften en mogelijkheden.
1
, Verschillende aandeelhouders hebben verschillende interesses in HRM.
Sommige praktijken zijn goedkoop en makkelijk maar ineffectief en onethisch.
Besluitvorming in organisaties:
Managers worden verwacht daadkrachtig te zijn.
Problemen worden gezien als urgent.
1.2 EVIDENCE BASED HRM
Rationele besluitvorming: gaat uit van mensen als rationele wezens.
Kunnen zoals machines veel informatie verwerken.
Kunnen alle informatie over een probleem in acht nemen.
Kunnen volledig objectief en neutraal zijn bij alle beslissingen.
Bounded rationality: gaat ervan uit dat rationaliteit beperkt wordt door cognitieve processen.
Kunnen niet alles weten.
Kunnen informatie niet neutraal verwerken.
Hun voorkeuren, sociale posities, politiek beïnvloeden beslissingen.
Voorbeelden van HRM-/personeelsvraagstukken:
Problemen met het aantrekken en aannemen van gekwalificeerd personeel.
Hoge niveaus van absenteïsme.
Hoge niveaus van werknemers die de organisatie verlaten (turnover, verloop).
Discriminatie en/of pestgedrag op het werk.
Voordelen evidence-based HRM:
Beter begrip van problemen in de organisatie.
Een cultuur van leren en nieuwsgierigheid.
Cumulatieve beschikbaarheid van gegevens om te gebruiken.
Vermindering van organisatiepolitiek.
Format voor een consultvraag:
Welke interventie op het gebied van [HR-domein, X] verbetert [uitkomst Y] voor [(deel van)
organisatie Z]?
Y: probleem waar de organisatie mee kampt (afhankelijke variabele).
X: domein van de HR-interventie (onafhankelijke variabele).
Z: organisatie (of een groep in de organisatie).
2
, Hoe ontwerp je een effectieve HR-praktijk?
De keuze en het ontwerp zullen afhangen van het lokale en externe bewijsmateriaal.
1. Maak een lisjt van welke interventies het meest effectief zullen zijn, gegeven het externe
bewijsmateriaal.
2. Maak een lijst van de voorwaarden voor effectieve interventies op basis van uw lokale
bewijsmateriaal.
3. Bepaal welke interventie het meest effectief is. Houdt rekening met de kosten en uitvoering.
4. Bereid de organisatie voor op de interventie; steun senior management, communiceren met
medewerkers, gebruik bewijsmateriaal om uit te leggen waarom de interventie nodig is.
HR domeinen (boek):
1. Prestatiemanagement.
2. Kennismanagement.
3. Verandermanagement.
4. Recruitment en selectie.
5. Arbeidsverhoudingen of employee involvement.
6. Diversiteit en inclusie.
7. Decent work.
Bredere HR-domeinen:
Onboarding: nieuwe werknemers worden begeleid en geholpen om te wennen aan hun
nieuwe baan.
Beloningsmanagement.
Job design.
Organisatiecultuur.
Training en/of ontwikkeling.
Well-being.
Beoordeling kwaliteit bewijs:
Validiteit:
Het bewijs helpt je de oorzaak van het probleem te begrijpen.
Stel de juiste vragen aan de juiste bronnen.
Controleer de kwaliteit van de methoden, de onderzoeksopzet en gebruik een goede theorie.
Betrouwbaarheid:
Repliceerbaarheid: de bevindingen in het bewijs moeten gelijk zijn als we het onderzoek
herhalen.
De bevindingen zouden hetzelfde moeten zijn als we het iemand anders zouden vragen
(steekproefgrootte).
3