Samenvatting PDB 4
Les 1 Attitudes
Definitie; verzameling van al je meningen en voorkeuren, over jezelf,
vrienden enz. vaak automatisch voordat je iets begrijpt. Geneigdheid, bijv
liever met bus dan trein.
Opbouwing attitude; overwegingen
- bijv bij vreemdgaan overweging 1= vertrouwen en 2= eerlijk zijn
in een relatie, dan heb je een attitude dat je vreemdgaan niet
doet. Het zijn 2 overwegingen wat betekent dat je mening dus
erg sterk is = simpele/ extreme attitude.
Hoe meer overwegingen je hebt hoe complexer en
genuanceerder je attitude is.
Als je ergens nog niet mee in aanraking bent gekomen, of als je
er nog niet over nagedacht hebt, dan is je attitude vaak sterker.
Waarom hebben we attitudes;
- De 3 fundamentele menselijke motieven;
o 1. Behoefte om ons goed te voelen over jezelf
Mening/ houding zegt iets over identiteit ‘waar je voor
staat’
o 2. Behoefte om ergens bij te horen
Verbinding voelen door dezelfde mening ‘wij vinden’.
o 3. Behoefte om de wereld accuraat te nemen/ weten
waar je aan toe bent
Mening/ houding geeft richting aan je handelen:
houvast
Soorten attitudes
Cognitief; weten/ denken
Nepfeiten presenteren
Nabootsen van wetenschappers/
experts
Trollen (om nepnieuws te
verspreiden)
Gedrag component; reactie
Aansturen op gedrag, bijv voedingssupplementen aanprijzen
Gedrag voordoen
Het feit dat we nepnieuws liken en delen
Affectief component; voelen
Verontwaardiging (emotie)
Angst zaaien met complottheorieën
, Emoties
Als je een discussie aangaat (en je wilt winnen), moet je eerst kijken waar
een argument op gebaseerd is. Affectieve argumenten en cognitieve
overtuigingen werken niet.
Elaboration likelihood model
Route 1; centraal
o Veel motivatie
o Veel tijd om na te denken
o Cognitieve aandacht voor het product (telefoons vergelijken
enz)
o Attitude verandert; diepere gedachten over boodschap
o Uiteindelijk gedrag
Route 2;
o Weinig motivatie en mogelijkheid tot nadenken
o weinig aandacht neiging naar gedrag (<-door heuristiek)
o gedrag
o attitude verandert; je vindt het mooi of nuttig (reductie van
cognitieve dissonantie, onszelf goed te praten).
Expliciete en impliciete attitudes
o Impliciet; eerste impulsieve reactie. kennis. Geen mening.
Onbewust
o Expliciet; weten wat we vinden. Bewust.
Hoe meet je expliciete attitudes
o Ernaar vragen (want ze zijn bewust en je hebt ze paraat).
Wat vind je van…’’
o Met attitude schaal;
Hoe meet je impliciete attitudes (impulsief)
o Meten van fysiologische reacties
o Hoofdbeweging ja/ nee beweging
o Hartslag meten
o Huidgeleiding (zweten)
, Je weet niet wat de attitude is, maar je weet wel dat er
een is
Denkfouten
Cognitieve dissonantie; een onaangenaam gevoel dat ontstaat door
een tegenstrijd tussen hetgeen dat je denkt/ vindt (attitude) en wat
je doet(gedrag). Zelfwaardering. Tegenstrijdig handelt naar je normen/
waarden.
Hoe reduceren; kenmerkt zich doordat er frictie ontstaat in de normen &
waarde, altijd foute keuze kiezen. Manieren om te reduceren
Tegenstrijd tussen cognities en gedrag of tussen cognities
> zelfwaardering wordt aangetast
o Hoe krijg je deze weer terug?
Gedrag aanpassen; minder op social media zitten, je
ouders vragen om je tel te verstoppen
Attitude aanpassen; socials zijn helemaal niet slecht/
nepnieuws is ook nieuws. Het is niet kansloos eigenlijk.
Cognitie (of overtuiging) toevoegen (voor een
beter gevoel); ik doe dit nu.. maar heb het verdient. Ik
heb vandaag nog niet op insta gezeten.
Verschil tussen 2/3 is veranderen/ toevoegen. 3 is ook een actie
toevoegen= ik geef al iets aan het milieu.
Nepnieuws/ complottheorieën
o Mensen geloven het (hebben attitude)
o Tegengeluid wordt zelden geaccepteert (zelfbeeld)
Conformation bias (dit is er om cognitieve dissonantie voor te zijn)
o Attitudebevestigende zaken opzoeken
o Attitudeweersprekende zaken vermijden
Gevaar social media en AI; content wordt afgestemd op
onszelf, geprogrammeerde accounts die ons post sturen
en onze ideeën daardoor worden bevestigd.
Is dit het tegenovergestelde van fundamentele attributiefout (=
onderschatten situatie en overschat jezelf)? Ja, niet helemaal.
Attributie; toekenning/ toeschrijving oorzaak gevolg
o Fundamentele attributiefout; manier van ons om
andere mensen te beoordelen. Invloed/ oorzaak van
gedrag van een ander onevenredig toe aan
persoonlijkheid en wie deze persoon is in plaats van
situationele factoren (je gebruikt geen
biopsychosociaal model).
Les 1 Attitudes
Definitie; verzameling van al je meningen en voorkeuren, over jezelf,
vrienden enz. vaak automatisch voordat je iets begrijpt. Geneigdheid, bijv
liever met bus dan trein.
Opbouwing attitude; overwegingen
- bijv bij vreemdgaan overweging 1= vertrouwen en 2= eerlijk zijn
in een relatie, dan heb je een attitude dat je vreemdgaan niet
doet. Het zijn 2 overwegingen wat betekent dat je mening dus
erg sterk is = simpele/ extreme attitude.
Hoe meer overwegingen je hebt hoe complexer en
genuanceerder je attitude is.
Als je ergens nog niet mee in aanraking bent gekomen, of als je
er nog niet over nagedacht hebt, dan is je attitude vaak sterker.
Waarom hebben we attitudes;
- De 3 fundamentele menselijke motieven;
o 1. Behoefte om ons goed te voelen over jezelf
Mening/ houding zegt iets over identiteit ‘waar je voor
staat’
o 2. Behoefte om ergens bij te horen
Verbinding voelen door dezelfde mening ‘wij vinden’.
o 3. Behoefte om de wereld accuraat te nemen/ weten
waar je aan toe bent
Mening/ houding geeft richting aan je handelen:
houvast
Soorten attitudes
Cognitief; weten/ denken
Nepfeiten presenteren
Nabootsen van wetenschappers/
experts
Trollen (om nepnieuws te
verspreiden)
Gedrag component; reactie
Aansturen op gedrag, bijv voedingssupplementen aanprijzen
Gedrag voordoen
Het feit dat we nepnieuws liken en delen
Affectief component; voelen
Verontwaardiging (emotie)
Angst zaaien met complottheorieën
, Emoties
Als je een discussie aangaat (en je wilt winnen), moet je eerst kijken waar
een argument op gebaseerd is. Affectieve argumenten en cognitieve
overtuigingen werken niet.
Elaboration likelihood model
Route 1; centraal
o Veel motivatie
o Veel tijd om na te denken
o Cognitieve aandacht voor het product (telefoons vergelijken
enz)
o Attitude verandert; diepere gedachten over boodschap
o Uiteindelijk gedrag
Route 2;
o Weinig motivatie en mogelijkheid tot nadenken
o weinig aandacht neiging naar gedrag (<-door heuristiek)
o gedrag
o attitude verandert; je vindt het mooi of nuttig (reductie van
cognitieve dissonantie, onszelf goed te praten).
Expliciete en impliciete attitudes
o Impliciet; eerste impulsieve reactie. kennis. Geen mening.
Onbewust
o Expliciet; weten wat we vinden. Bewust.
Hoe meet je expliciete attitudes
o Ernaar vragen (want ze zijn bewust en je hebt ze paraat).
Wat vind je van…’’
o Met attitude schaal;
Hoe meet je impliciete attitudes (impulsief)
o Meten van fysiologische reacties
o Hoofdbeweging ja/ nee beweging
o Hartslag meten
o Huidgeleiding (zweten)
, Je weet niet wat de attitude is, maar je weet wel dat er
een is
Denkfouten
Cognitieve dissonantie; een onaangenaam gevoel dat ontstaat door
een tegenstrijd tussen hetgeen dat je denkt/ vindt (attitude) en wat
je doet(gedrag). Zelfwaardering. Tegenstrijdig handelt naar je normen/
waarden.
Hoe reduceren; kenmerkt zich doordat er frictie ontstaat in de normen &
waarde, altijd foute keuze kiezen. Manieren om te reduceren
Tegenstrijd tussen cognities en gedrag of tussen cognities
> zelfwaardering wordt aangetast
o Hoe krijg je deze weer terug?
Gedrag aanpassen; minder op social media zitten, je
ouders vragen om je tel te verstoppen
Attitude aanpassen; socials zijn helemaal niet slecht/
nepnieuws is ook nieuws. Het is niet kansloos eigenlijk.
Cognitie (of overtuiging) toevoegen (voor een
beter gevoel); ik doe dit nu.. maar heb het verdient. Ik
heb vandaag nog niet op insta gezeten.
Verschil tussen 2/3 is veranderen/ toevoegen. 3 is ook een actie
toevoegen= ik geef al iets aan het milieu.
Nepnieuws/ complottheorieën
o Mensen geloven het (hebben attitude)
o Tegengeluid wordt zelden geaccepteert (zelfbeeld)
Conformation bias (dit is er om cognitieve dissonantie voor te zijn)
o Attitudebevestigende zaken opzoeken
o Attitudeweersprekende zaken vermijden
Gevaar social media en AI; content wordt afgestemd op
onszelf, geprogrammeerde accounts die ons post sturen
en onze ideeën daardoor worden bevestigd.
Is dit het tegenovergestelde van fundamentele attributiefout (=
onderschatten situatie en overschat jezelf)? Ja, niet helemaal.
Attributie; toekenning/ toeschrijving oorzaak gevolg
o Fundamentele attributiefout; manier van ons om
andere mensen te beoordelen. Invloed/ oorzaak van
gedrag van een ander onevenredig toe aan
persoonlijkheid en wie deze persoon is in plaats van
situationele factoren (je gebruikt geen
biopsychosociaal model).