Thema 9: Ontwikkelingspsychologie:
persoonlijkheidsontwikkeling
1. Je hebt zicht op de ontwikkeling van zelfbesef en zelfbeeld in de baby-, peuter-,
kleuter- en schooltijd en in de adolescentieperiode.
Zelfbesef en zelfbeeld ontwikkelen zich gedurende de kindertijd en adolescentie, met
verschillende aspecten die op elke leeftijd naar voren komen [1].
Baby's
Baby's vertonen al vroeg in hun ontwikkeling verschillen in temperament en
persoonlijkheid [2].
Sommige baby's zijn bijvoorbeeld moeilijk en huilen snel [3].
Het temperament van een baby kan invloed hebben op hoe ouders op hen
reageren [4].
De basis voor de persoonlijkheidsontwikkeling wordt in de babytijd gelegd [2].
Er zijn dimensies van temperament die de basis vormen voor
persoonlijkheidsontwikkeling [4]:
Activiteit: De mate waarin het kind actief of inactief is.
Aanpassing: Hoe snel het kind zich aanpast aan nieuwe situaties.
Stemming: De mate waarin het kind vriendelijk of onvriendelijk is.
Sterkte en duur van de aandacht: Hoe lang een kind zich kan concentreren.
Aanlegbaarheid: Hoe makkelijk het gedrag van een kind verandert.
Regelmaat (dag/nachtritme): De regelmaat van de basisbehoeften.
Intensiteit van de reactie: Hoe energiek een kind reageert.
Reactiedrempel: Hoeveel stimulatie een kind nodig heeft om te reageren.
Peuters en kleuters
Peuters en kleuters beginnen een zelfconcept te ontwikkelen, een denkbeeld
over wie ze zijn [1].
Ze worden zich bewust van hun eigen identiteit [5].
Ze leren zichzelf te herkennen in de spiegel [5].
In deze fase beginnen kinderen ook het gedrag van anderen te begrijpen [1].
Kleuters kunnen zichzelf beschrijven met concrete eigenschappen, zoals hun
uiterlijk en bezittingen, maar nog niet met abstracte eigenschappen [1].
De fase van autonomie versus schaamte en twijfel, die peuters doorlopen, is
cruciaal voor het ontwikkelen van een gevoel van zelfstandigheid [5].
Kleuters leren om initiatief te nemen en hun eigen wensen en ideeën te volgen
[5].
Schooltijd
In de schooltijd ontwikkelen kinderen hun zelfbeeld verder door sociale
vergelijkingen te maken met andere kinderen [5].
Ze leren welke competenties en vaardigheden belangrijk zijn [5].
Kinderen vergelijken zichzelf met anderen, wat hun gevoel van eigenwaarde kan
beïnvloeden [5].
Het vermogen om met leeftijdsgenoten om te gaan, is van belang voor de
ontwikkeling van een positief zelfbeeld [5].
Adolescentie
In de adolescentie komt de vraag "Wie ben ik?" centraal te staan [1, 6].
Adolescenten beginnen na te denken over hun identiteit, wat hun rol in de
, maatschappij is en wat hun toekomst zal zijn [6].
Erikson beschrijft de adolescentie als een periode van identiteit versus
identiteitsverwarring, waarin jongeren hun identiteit zoeken [7, 8].
Jongeren proberen verschillende rollen en identiteiten uit om te ontdekken wie ze
zijn [7].
Marcia beschrijft vier identiteitsstatussen die adolescenten kunnen aannemen:
identity achievement, moratorium, identity foreclosure en identity diffusion [8,
9].
Identity achievement: adolescenten hebben verschillende alternatieven
onderzocht en een eigen identiteit gevormd [8].
Moratorium: adolescenten zijn bezig met het onderzoeken van verschillende
alternatieven, maar hebben nog geen definitieve identiteit aangenomen [8].
Identity foreclosure: adolescenten hebben een identiteit aangenomen zonder
alternatieven te hebben overwogen [8].
Identity diffusion: adolescenten hebben nog geen identiteit gevormd en lijken
niet bezig met het onderzoeken van opties [8].
Genderidentiteit en seksuele identiteit zijn belangrijke aspecten van de
identiteitsontwikkeling in de adolescentie [10, 11].
Culturele identiteit en religieuze identiteit kunnen ook een rol spelen in de
vorming van de identiteit van adolescenten [12, 13].
De invloed van ouders op de identiteitsontwikkeling is van belang [14].
Ook leeftijdsgenoten hebben een grote invloed op de identiteitsontwikkeling
tijdens de adolescentie [14].
Factoren die de ontwikkeling van zelfbesef en zelfbeeld beïnvloeden:
Temperament: De aangeboren persoonlijkheidskenmerken van een kind
hebben een grote impact [2, 4].
Opvoeding: De manier waarop ouders met kinderen omgaan, speelt een
belangrijke rol [15-17].
Sociale relaties: Interacties met leeftijdsgenoten en andere volwassenen zijn
cruciaal [1, 5, 14].
Culturele context: De cultuur waarin een kind opgroeit, beïnvloedt de waarden
en normen die het ontwikkelt [12, 13, 16].
Schoolervaringen: Succes en falen op school kan het zelfbeeld positief of
negatief beïnvloeden [14].
Media: De media kan een invloed hebben op het zelfbeeld en de
identiteitsontwikkeling van jongeren [18, 19].
Het is belangrijk om te onthouden dat de ontwikkeling van zelfbesef en zelfbeeld een
complex proces is dat gedurende de hele kindertijd en adolescentie voortduurt [1]. Elk
kind is uniek en zal zich op zijn eigen tempo ontwikkelen.
2. Je kent de theorie van Erikson, Marcia en Berzonsky over identiteitsontwikkeling.
De theorieën van Erikson, Marcia en Berzonsky bieden verschillende perspectieven op
de identiteitsontwikkeling, met name tijdens de adolescentie.
Erikson's theorie over psychosociale ontwikkeling
Erik Erikson beschrijft de adolescentie als een cruciale periode waarin de crisis
van identiteit versus identiteitsverwarring centraal staat [1].
Tijdens deze fase proberen jongeren verschillende rollen en identiteiten uit
om te ontdekken wie ze zijn [1].