SAMENVATTING
CW
HOORCOLLEGES
,Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 ............................................................................................................................... 2
Hoorcollege 2 ............................................................................................................................... 2
Hoorcollege 3 ............................................................................................................................... 4
Hoorcollege 4 ............................................................................................................................... 7
Hoorcollege 5 ............................................................................................................................... 9
Hoorcollege 6 ..............................................................................................................................12
Hoorcollege 7 ..............................................................................................................................16
Hoorcollege 8 ..............................................................................................................................21
Hoorcollege 9 ..............................................................................................................................21
Hoorcollege 10 ............................................................................................................................23
Hoorcollege 11 ............................................................................................................................25
Hoorcollege 12 ............................................................................................................................29
Hoorcollege 13 ............................................................................................................................32
Hoorcollege 14 ............................................................................................................................35
,Hoorcollege 1
Mitochondrien zijn niet onderdeel van het vacuolaire systeem, ze hebben namelijk hun
eigen evolutionaire ontwikkeling en eigen DNA
Peroxisomen ontstaan in het ER maar zijn daarna niet verbonden met het vacuolaire
systeem
Het vacuolaire systeem zorgt voor biosynthese en transport van proteinen en lipiden
Hoorcollege 2
Elk organel heeft zijn eigen compartimentje, dit zorgt ervoor dat het milieu
geoptimaliseerd is voor zijn eigen specifieke taken. Zorgt ook voor een scheiding van
opeenvolgende taken. (lopende band)
Plasmamembraan
- Bestaat uit fosfolipiden
- Reguleert wat naar binnen en buiten gaat
- Scheiding tussen intra en extra cellulair milieu
Kernmembraan
- Dubbele membraan met daaraan vast het endoplasmatisch reticulum
- Zorgt voor regulatie
- Er zit soms een gaatje in het membraan, dat is een porie, deze zorgt voor
transport
- Grote eiwitten kunnen niet zomaar door het membraan
Een eiwit uit het ER dat een functie heeft in het cytosol is al af, bevat die een targeting
sequence heeft die dus nog een bestemming, bijvoorbeeld de mitochondrien
, Bolletjes in het ruwe ER zijn de ribosomen
Eiwitsynthese aan het RER:
- ER signaal sequentie kan door het ER worden herkend en zo vindt translatie plaats.
- ER signal sequence wordt herkend door het signalrecognition particle (SRP)
- SRP bindt aan de signaalsequentie en aan het ribosoom
- Translatie “pauzeert”
- SRP wordt herkend door een SRP receptor dat zich in het ER bevindt
- Translatie gaat verder, SRP laat los, signaalpeptide wordt getransloceerd door een
porie heen. Translocatie gaat door een translocation channel.
Synthese membraan eiwitten
Type 1
De eerste manier is het simpelste. Dit betreft
een transmembrenair eiwit waarvan de N-
terminus in het lumen van het vacuolaire
systeem komt, en de Carboxy-terminus in
het cytosol. Hierbij wordt de start transfer
peptide afgeknipt, en gaat synthese door
totdat er een hydrofoob stuk van het eiwit
bereikt wordt. Dit stukje moet in het
membraan blijven. Het hydrofiele stuk dat
erna komt wordt door het ribosoom
afgemaakt in het cytosol, en blijft daar dus
ook. Nu heb je een eiwit dat vast zit in het membraan van het ER, N-terminus in het
lumen en COOH-terminus in het cytosol
Type 2
Wanneer je een transmembranair eiwit
wil maken waarvan de carboxy-
terminus in het lumen steekt, en de N-
terminus in het cytosol, gaat het
anders. Nu zal er een start transfer
peptide midden in de eiwitsequentie
zijn ingebouwd. Het hele eiwit wordt in
het cytosol door een vrij ribosoom
getransleert, waarna het mature eiwit
via zijn start transfer peptide aan het
ER bindt. Daarna kan het carboxy-
uiteinde van het eiwit door de
translocatie channel het ER in, en wordt de start transfer peptide gebruikt als het
hydrofobe verankeringsstukje dat door het membraan heen steekt
Type 4 (multi spanning eiwitten)
CW
HOORCOLLEGES
,Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 ............................................................................................................................... 2
Hoorcollege 2 ............................................................................................................................... 2
Hoorcollege 3 ............................................................................................................................... 4
Hoorcollege 4 ............................................................................................................................... 7
Hoorcollege 5 ............................................................................................................................... 9
Hoorcollege 6 ..............................................................................................................................12
Hoorcollege 7 ..............................................................................................................................16
Hoorcollege 8 ..............................................................................................................................21
Hoorcollege 9 ..............................................................................................................................21
Hoorcollege 10 ............................................................................................................................23
Hoorcollege 11 ............................................................................................................................25
Hoorcollege 12 ............................................................................................................................29
Hoorcollege 13 ............................................................................................................................32
Hoorcollege 14 ............................................................................................................................35
,Hoorcollege 1
Mitochondrien zijn niet onderdeel van het vacuolaire systeem, ze hebben namelijk hun
eigen evolutionaire ontwikkeling en eigen DNA
Peroxisomen ontstaan in het ER maar zijn daarna niet verbonden met het vacuolaire
systeem
Het vacuolaire systeem zorgt voor biosynthese en transport van proteinen en lipiden
Hoorcollege 2
Elk organel heeft zijn eigen compartimentje, dit zorgt ervoor dat het milieu
geoptimaliseerd is voor zijn eigen specifieke taken. Zorgt ook voor een scheiding van
opeenvolgende taken. (lopende band)
Plasmamembraan
- Bestaat uit fosfolipiden
- Reguleert wat naar binnen en buiten gaat
- Scheiding tussen intra en extra cellulair milieu
Kernmembraan
- Dubbele membraan met daaraan vast het endoplasmatisch reticulum
- Zorgt voor regulatie
- Er zit soms een gaatje in het membraan, dat is een porie, deze zorgt voor
transport
- Grote eiwitten kunnen niet zomaar door het membraan
Een eiwit uit het ER dat een functie heeft in het cytosol is al af, bevat die een targeting
sequence heeft die dus nog een bestemming, bijvoorbeeld de mitochondrien
, Bolletjes in het ruwe ER zijn de ribosomen
Eiwitsynthese aan het RER:
- ER signaal sequentie kan door het ER worden herkend en zo vindt translatie plaats.
- ER signal sequence wordt herkend door het signalrecognition particle (SRP)
- SRP bindt aan de signaalsequentie en aan het ribosoom
- Translatie “pauzeert”
- SRP wordt herkend door een SRP receptor dat zich in het ER bevindt
- Translatie gaat verder, SRP laat los, signaalpeptide wordt getransloceerd door een
porie heen. Translocatie gaat door een translocation channel.
Synthese membraan eiwitten
Type 1
De eerste manier is het simpelste. Dit betreft
een transmembrenair eiwit waarvan de N-
terminus in het lumen van het vacuolaire
systeem komt, en de Carboxy-terminus in
het cytosol. Hierbij wordt de start transfer
peptide afgeknipt, en gaat synthese door
totdat er een hydrofoob stuk van het eiwit
bereikt wordt. Dit stukje moet in het
membraan blijven. Het hydrofiele stuk dat
erna komt wordt door het ribosoom
afgemaakt in het cytosol, en blijft daar dus
ook. Nu heb je een eiwit dat vast zit in het membraan van het ER, N-terminus in het
lumen en COOH-terminus in het cytosol
Type 2
Wanneer je een transmembranair eiwit
wil maken waarvan de carboxy-
terminus in het lumen steekt, en de N-
terminus in het cytosol, gaat het
anders. Nu zal er een start transfer
peptide midden in de eiwitsequentie
zijn ingebouwd. Het hele eiwit wordt in
het cytosol door een vrij ribosoom
getransleert, waarna het mature eiwit
via zijn start transfer peptide aan het
ER bindt. Daarna kan het carboxy-
uiteinde van het eiwit door de
translocatie channel het ER in, en wordt de start transfer peptide gebruikt als het
hydrofobe verankeringsstukje dat door het membraan heen steekt
Type 4 (multi spanning eiwitten)