Collectief niveau
APRIL 2025
[Naam]
STUDENTNUMMER:
[Bedrijf]
,Inhoudsopgave
1. Individueel Participatieplan...............................................................................................................................1
1.1 Toestemming, privacy, rechten en plichten....................................................................................................2
1.2 Beschrijving van de individuele client...........................................................................................................3
1.2 Gewenste en haalbare stap op de participatieladder....................................................................................4
1.4 Kwaliteit van leven.........................................................................................................................................6
1.5 Afstemming op beperking en wetgeving.........................................................................................................7
1.6 Evenwicht tussen mogelijkheid en belastbaarheid.........................................................................................7
1.7 Externe ondersteuning en stigmatisering.......................................................................................................8
2. Gespreksverslag participatieplan S...................................................................................................................9
2.1 voorbereiding.................................................................................................................................................9
2.2 Communicatie................................................................................................................................................9
2.3. Actieve betrokkenheid.................................................................................................................................10
2.4 Vaststellen van volwaardige deelname........................................................................................................10
2.5. Communicatie met de instelling..................................................................................................................11
2.7 Reflectie en conclusie...................................................................................................................................13
3. Collectief participatieplan................................................................................................................................14
3.3 Ondersteuning van de cliëntengroep...........................................................................................................18
3.4 Inzet van hulpbronnen..................................................................................................................................19
3.5 Relatie met wetgeving en het VN-verdrag Handicap...................................................................................19
3.6 Strategie om stigmatisering te voorkomen...................................................................................................20
3.7 Strategie voor het bevorderen van burgerparticipatie.................................................................................20
3.8 Cliënten als mede-ontwikkelaars van het plan.............................................................................................21
4. Bespreking participatieplan met extern bedrijf.............................................................................................22
4.1 Introductie en presentatie van het participatieplan.....................................................................................23
4.2 Beoordeling van het participatieplan door de betrokkenen.........................................................................24
4.4 Conclusies en vervolgacties.........................................................................................................................26
Bijlages...................................................................................................................................................................28
Bijlage 1: Gesprekssamenvatting participatieplan S.........................................................................................28
Bijlage 2: Samenvatting van het gesprek met de instelling/het project.............................................................29
1. Individueel Participatieplan
Dit participatieplan is opgesteld voor S., een 18-jarige jongedame met een licht
verstandelijke beperking, autisme en een taalontwikkelingsstoornis. Het doel van dit plan is
om een passende en haalbare vorm van participatie te beschrijven, afgestemd op haar
wensen, mogelijkheden en beperkingen.
, 1.1 Toestemming, privacy, rechten en plichten
Toestemming en privacy. Voor de ontwikkeling van dit participatieplan is expliciet
toestemming verkregen van de cliënt en haar wettelijke vertegenwoordiger. Dit proces is
uitgevoerd volgens de richtlijnen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming
(AVG). Tijdens een intakegesprek zijn de doelen van het participatieplan, het gebruik van
gegevens en de waarborgen rondom privacy uitgelegd in eenvoudige taal, ondersteund door
visuele hulpmiddelen (pictogrammen). De cliënt heeft haar akkoord gegeven, waarna de
wettelijke vertegenwoordiger schriftelijke toestemming verleende. Deze toestemming is
gedocumenteerd en beschikbaar.
Rechten en plichten binnen participatie. De ontwikkeling van dit participatieplan is
gebaseerd op twee fundamentele processen:
Rechten: elke inwoner van Nederland heeft recht op volwaardige deelname aan de
samenleving. Dit recht wordt ondersteund door Artikel 1 van de Grondwet, dat
discriminatie verbiedt, inclusief op basis van een beperking. Participatievormen zoals
werk, onderwijs, wonen, inspraak en sociale contacten moeten toegankelijk zijn voor
iedereen, ongeacht de aard van de beperking. Sinds 2023 bevat de grondwet
expliciet een discriminatieverbod voor mensen met een beperking.
Plichten: iedere inwoner wordt geacht actief deel te nemen aan de samenleving.
Voor mensen met een beperking betekent dit dat zij, waar mogelijk, een bijdrage
leveren via aangepast werk, vrijwilligerswerk of dagbesteding. Hierbij wordt
ondersteuning vanuit de overheid en het netwerk georganiseerd wanneer nodig.
Beide processen kennen grenzen. Het recht op participatie kan beperkt worden als de aard
van de beperking dit onmogelijk maakt. De participatieplicht wordt eveneens begrensd door
de mogelijkheden en belastbaarheid van de persoon. Het plan houdt rekening met deze
nuances om een evenwichtige aanpak te garanderen.