Samenvatting Neuropsychologie
College 1
Lokalisme
• Frenologie = als hersengebied veel gebruikt wordt, wordt deze groter wat
zorgt voor hobbel in de schedel.
• Franz Joseph Gall is de grondlegger van lokalisme, probeerde eigenschappen
te lokaliseren door te voelen aan schedel, wordt ook wel anatomische
personologie genoemd.
• Paul Broca vond in een patiënt met spraakproblemen een beschadiging in de
frontaal kwab waarna hij concludeerde dat dit gebied bestemd was voor
spraak.
• Broca gebruikte de clinicoanatomische methode: uitvalsverschijnselen van
patiënten met een focale laesie in kaart brengen.
• John Hughlings Jackson veronderstelde als eerst een topologische indeling op
basis van zijn werk met epilepsiepatiënten waarbij hij een verspreiding van
activiteit door het brein en het lichaam heen zag.
• Hiërarchische theorie = bij laesies in hogere gebieden (geheugen) zijn de
gevolgen minder erg dan bij laesies in lagere gebieden (hersenstam)
• Fritsch en Hitzig sneden schedel open en stimuleerden de motorcortex van
honden waardoor ze ontdekten dat bepaalde gebieden corresponderen met
bepaalde lichaamsdelen.
Holisme
• Pierre Flourens begon als lokalist en maakte laesies in brein van konijnen en
duiven. Hij vond geen specifieke locatie voor geheugen of cognitie.
• De omvang van de breinbeschadiging bepaalt de mate van uitval, dus niet de
locatie.
• Aggregate field theory = gehele brein doet mee aan gedrag en dus zijn
percepties, intenties, sensaties in essentie één.
Neuroanatomie
• De 4 belangrijkste hersenkwabben:
- Temporale cortex
- Occipitale cortex
- Pariëtale cortex
- Frontale cortex
, • Onderstaande afbeelding toont de belangrijkste gyri en sulci:
• Brodmann gebieden zijn genummerd en verdeeld op basis van cel
architectuur, het V1 gebied kan dus bijvoorbeeld ook aangeduid worden als
BA 17.
Lokalisten vs. holisten en hersengebieden
• Volgens de lokalisten zijn hersengebieden niet alleen structureel maar ook
functioneel van elkaar te onderscheiden.
• Beschadiging van specifiek gebied zorgt voor specifiek functioneel verlies, en
dus is gebied gespecialiseerd voor een functie volgens lokalisten.
• Lokalisten geven de volgende voorbeelden:
- M1 vertoont activatie bij beweging
- Stimulatie van M1 zorgt voor motor respons
- Eenzijdige beschadiging van M1 zorgt voor hemiplegie
- Training zorgt voor reorganisatie van M1
• Holisten stellen dat er geen onafhankelijk functionerende gebieden zijn.
Geheel ontleent wel kenmerken aan de samenstellende delen, maar ook aan
de samenhang van die delen en hun interactiegedrag.
,Netwerken
• Er zijn verschillende witte stof banen:
- Projectie banen = banen van corticale naar subcorticale gebieden.
- Commissuur banen = banen die linker en rechter hemisfeer verbinden.
Homotopisch: zelfde plek in andere hemisfeer
Heterotopisch: andere plek in de andere hemisfeer
- Associatie banen = banen die gebieden binnen hemisfeer verbinden.
Ipsilateraal: intracorticaal naar andere plek in zelfde hemisfeer
Functionele hiërarchie Luria
• Complex gedrag is volgens Luria opgebouwd uit subcomponenten die
geïntegreerd worden.
• Law of hierarchical structure of the cortical zones:
Lagere orde gebieden of primaire gebieden staan volgens Luria onderaan in
de hiërarchie. De integratie vindt vervolgens plaats in de associatiegebieden.
Unimodale associatiegebieden (secundair) verwerken één type informatie en
multimodale associatiegebieden (tertiair) verwerken meerdere typen
informatie. De associatiegebieden worden dan ook hogere orde gebieden
genoemd.
• Law of diminishing specificity of the hierarchically arranged cortical zones:
Hoe hoger je komt in de corticale hiërarchie, hoe minder specifiek de
informatie is.
, Top-down motorische hiërarchie Luria
• Plan voor beweging wordt eerst gemaakt in hogere orde gebieden
(tertiair/associatie) en gaat vervolgens naar lagere orde gebieden (primair).
• Er is een toename van specificiteit, dus de lagere orde gebieden hebben de
meest specifieke activatie. Je zou bijvoorbeeld aan kunnen wijzen in de M1
welk groepje neuronen voor contractie van de duim zorgt.
• De wet van verminderde specificiteit wil dus zeggen dat naarmate de
verwerking hoger in de hiërarchie plaatsvindt, is de activatie minder specifiek.
Bottom-up sensorische hiërarchie Luria
• Aan de sensorische kant is het andersom, informatie komt binnen in lagere
orde gebied en gaat naar hogere orde gebied.
• Bepaald groepje neuronen in primair gebied is actief bij sensoriek, er is dus
eerst een hoge specificiteit die daarna verminderd als het de informatie naar
hogere orde gebieden gaat.
College 1
Lokalisme
• Frenologie = als hersengebied veel gebruikt wordt, wordt deze groter wat
zorgt voor hobbel in de schedel.
• Franz Joseph Gall is de grondlegger van lokalisme, probeerde eigenschappen
te lokaliseren door te voelen aan schedel, wordt ook wel anatomische
personologie genoemd.
• Paul Broca vond in een patiënt met spraakproblemen een beschadiging in de
frontaal kwab waarna hij concludeerde dat dit gebied bestemd was voor
spraak.
• Broca gebruikte de clinicoanatomische methode: uitvalsverschijnselen van
patiënten met een focale laesie in kaart brengen.
• John Hughlings Jackson veronderstelde als eerst een topologische indeling op
basis van zijn werk met epilepsiepatiënten waarbij hij een verspreiding van
activiteit door het brein en het lichaam heen zag.
• Hiërarchische theorie = bij laesies in hogere gebieden (geheugen) zijn de
gevolgen minder erg dan bij laesies in lagere gebieden (hersenstam)
• Fritsch en Hitzig sneden schedel open en stimuleerden de motorcortex van
honden waardoor ze ontdekten dat bepaalde gebieden corresponderen met
bepaalde lichaamsdelen.
Holisme
• Pierre Flourens begon als lokalist en maakte laesies in brein van konijnen en
duiven. Hij vond geen specifieke locatie voor geheugen of cognitie.
• De omvang van de breinbeschadiging bepaalt de mate van uitval, dus niet de
locatie.
• Aggregate field theory = gehele brein doet mee aan gedrag en dus zijn
percepties, intenties, sensaties in essentie één.
Neuroanatomie
• De 4 belangrijkste hersenkwabben:
- Temporale cortex
- Occipitale cortex
- Pariëtale cortex
- Frontale cortex
, • Onderstaande afbeelding toont de belangrijkste gyri en sulci:
• Brodmann gebieden zijn genummerd en verdeeld op basis van cel
architectuur, het V1 gebied kan dus bijvoorbeeld ook aangeduid worden als
BA 17.
Lokalisten vs. holisten en hersengebieden
• Volgens de lokalisten zijn hersengebieden niet alleen structureel maar ook
functioneel van elkaar te onderscheiden.
• Beschadiging van specifiek gebied zorgt voor specifiek functioneel verlies, en
dus is gebied gespecialiseerd voor een functie volgens lokalisten.
• Lokalisten geven de volgende voorbeelden:
- M1 vertoont activatie bij beweging
- Stimulatie van M1 zorgt voor motor respons
- Eenzijdige beschadiging van M1 zorgt voor hemiplegie
- Training zorgt voor reorganisatie van M1
• Holisten stellen dat er geen onafhankelijk functionerende gebieden zijn.
Geheel ontleent wel kenmerken aan de samenstellende delen, maar ook aan
de samenhang van die delen en hun interactiegedrag.
,Netwerken
• Er zijn verschillende witte stof banen:
- Projectie banen = banen van corticale naar subcorticale gebieden.
- Commissuur banen = banen die linker en rechter hemisfeer verbinden.
Homotopisch: zelfde plek in andere hemisfeer
Heterotopisch: andere plek in de andere hemisfeer
- Associatie banen = banen die gebieden binnen hemisfeer verbinden.
Ipsilateraal: intracorticaal naar andere plek in zelfde hemisfeer
Functionele hiërarchie Luria
• Complex gedrag is volgens Luria opgebouwd uit subcomponenten die
geïntegreerd worden.
• Law of hierarchical structure of the cortical zones:
Lagere orde gebieden of primaire gebieden staan volgens Luria onderaan in
de hiërarchie. De integratie vindt vervolgens plaats in de associatiegebieden.
Unimodale associatiegebieden (secundair) verwerken één type informatie en
multimodale associatiegebieden (tertiair) verwerken meerdere typen
informatie. De associatiegebieden worden dan ook hogere orde gebieden
genoemd.
• Law of diminishing specificity of the hierarchically arranged cortical zones:
Hoe hoger je komt in de corticale hiërarchie, hoe minder specifiek de
informatie is.
, Top-down motorische hiërarchie Luria
• Plan voor beweging wordt eerst gemaakt in hogere orde gebieden
(tertiair/associatie) en gaat vervolgens naar lagere orde gebieden (primair).
• Er is een toename van specificiteit, dus de lagere orde gebieden hebben de
meest specifieke activatie. Je zou bijvoorbeeld aan kunnen wijzen in de M1
welk groepje neuronen voor contractie van de duim zorgt.
• De wet van verminderde specificiteit wil dus zeggen dat naarmate de
verwerking hoger in de hiërarchie plaatsvindt, is de activatie minder specifiek.
Bottom-up sensorische hiërarchie Luria
• Aan de sensorische kant is het andersom, informatie komt binnen in lagere
orde gebied en gaat naar hogere orde gebied.
• Bepaald groepje neuronen in primair gebied is actief bij sensoriek, er is dus
eerst een hoge specificiteit die daarna verminderd als het de informatie naar
hogere orde gebieden gaat.