LES 1
Investeringsselectie: het financieel doorrekenen van investeringen om
investeringsbeslissingen te kunnen nemen.
Inversteringsbeslissing:
1. Wel/niet doen go or no go
2. Bij meerdere opties wat is de beste optie, dus keuze uit meerdere alternatieven
Investering = uitgaven (cashflow uit = negatieve cashflow)
- Beslissing vooraf
- In het begin veel geld kwijt, later zal blijven of je het terug verdient
Rekeneenheid = cashflow
Cashflow: het geld dat het bedrijf in en uit gaat.
nettowinst nb. + afschrijvingen (+toevoeging aan voorziening)
(RR/géén cash) (=correctie)
Nettowinst nb winst te verwachten met die investering.
Een non cashflow begrip wordt via correcties alsnog cashflow.
Standaard cashflow patroon bij investeringen, schematisch:
n = looptijd = 8
1. Aanloopfase: hierin vinden de uitgaven plaats i.v.m. de aanschaf = investering
T=0 : het tijdstip waarop je begint met de verkoop van je product start project.
Op t=0 is er een negatieve cashflow ter waarde van het investeringsbedrag (=Io)
T=0 daarna cashflow positief
2. Terugverdienperiode: de tijd waarin je de investering terug verdient. Op 3,5 jaar heb
je het terug verdient, daarna verdien je nog meer.
3. Einde laatste jaar: desinvestering = +/- restwaarde, éénmalige cashflow aan het
einde van het jaar
, Standaard cashflow patroon
1. Bij aanvraag project (start)
T=0 CF0 = -I0
2. Gedurende de looptijd, behalve het laatste jaar
T=1 t/m t=n-1
CF1 t/m CFn-1 = NW NB + afschrijvingen (+voorzieningen)
3. Laatste jaar
t=n
CFn = NW NB + afschrijving +/- desinvestering (restwaarde)
T=0 T=1 T=2 T=n
Investering -I0
Nettowinst NB A B C
Afschrijvingen X Y Z
Desinvestering +/- Rw
Cashflows -I0 A+X B+Y C+Z +/- Rw
Project 1 Project 2
I = 5.000.000 I = 500.000
Rw = 0 Rw = 200.000
N = 5 jaar N = 3 jaar
CK per jaar = 1.000.000 Omzet:
VK = 20 per product Jaar 1: 800.000
Afzet = 62.500 stuks per jaar Jaar 2: 1.000.000
Prijs = 60 Jaar 3: 1.000.000
Belasting = 40% Exploitatiekosten
Rendement = 7% Jaar 1: 400.000
Jaar 2: 500.000
CF0 = -5.000.000 Jaar 3: 500.000
Belasting = 40%
CF1 = NW NB + afschrijvingen
VK = 62.500 x 20 = 1.250.000 CF0 = -500.000
Afschrijving = 5.000.000/5 jaar = 1.000.000 Afschrijving = (500.000-200.000)/3 jaar =
100.000
Omzet = 62.500 x 60 = 3.750.000
CK -1.000.000 Omzet 800.000
VK -1.250.000 Exploitatiekosten -400.000
Afschrijving -1.000.000 Afschrijving -100.000
--------------
500.000 300.000
Belasting 40% -200.000 Belasting 40% 120.000
--------------
300.000 180.000
+ Afschrijving +1.000.000 + Afschrijving + 100.000
---------------
CF1 = 1.300.000 CF1 = 280.000
CF2 t/m CF5 = 1.300.000 CF2 op dezelfde manier,
CF3 + Rw van 200.000 na de afschrijving