Lezen blok 1,2 en 3
, Blok 1 Publiek en doel
Lezen – Teksten met instruerende of motiverende elementen
Antwoorden module 1 Lezen
Startopdracht 1
1 titel, inleiding, slot en kernzinnen (ook goed: tussenkopjes)
2 Bijvoorbeeld: Er moet een einde komen aan de aantasting van onze privacy.
3 Nee, want een hoofdgedachte is altijd een mededelende zin, nooit een vraag.
4 Dat je niet mag citeren, maar wel belangrijke woorden uit de tekst mag overnemen.
5 Bij een betoog wil de auteur je overtuigen van zijn standpunt, bij een beschouwing wil de
schrijver je laten nadenken over een kwestie.
6 B, C, E
7 a beschouwing
b feitelijke uitspraken
8 uiteenzetten en overtuigen
Startopdracht 2
Correctiemodel
1 a vernieuwend 3
b als je een gedachte (of beeld) met een andere gedachte
verbindt
c opgebouwd in rangen en standen
2 door met een voorbeeld te beginnen 1
3 Jammer dat we die onbevangen ‘waarom’-houding snel afleren 2
wanneer we ouder worden. (12 woorden)
4 Je moet inzien dat je waarschijnlijk geen dwarse denker bent. Je kunt 4
dwars denken wel gewoon trainen (door je rechterhersenhelft te
stimuleren). (17-22 woorden)
Je antwoord bestaat uit twee delen. Let erop dat je geen voorbeelden
of bijzaken in je antwoord opneemt.
5 Twee belangrijkste tips: 4
– Je moet openstaan voor andere (betere) ideeën.
– Geef werknemers vertrouwen (om nieuwe ideeën te geven,
fouten te maken).