Literatuuronderzoek
“Social media maken je ongelukkig”
xxxxxxxxx
xxxxxx
22-3-2020
NCOI-Groep
Bachelor Bedrijfskunde
Professioneel en oplossingsgericht werken
Docent: xxxxxxxx
,Voorwoord
Mijn naam is xxxx, 27 jaar oud, woonachtig en werkzaam in Rotterdam. Sinds december
2016 ben ik werkzaam als Supply chain planner/inkoper voor xxxxxx B.V. Wanneer ik niet
aan het werk of aan het studeren ben geef ik in mijn vrije tijd graag etentjes voor vrienden en
familie aangezien koken een grote hobby van me is. Om mijzelf verder te ontwikkelen en
van grotere waarde te zijn voor het bedrijf waar ik werk ben ik in 2019 begonnen aan een
nieuwe opleiding. Vanuit mijn opleiding bedrijfskunde bij de NCOI-groep ben ik in mijn eerste
leerjaar begonnen aan het vak “Professioneel en oplossingsgericht werken”. Hiervoor zal ik
een literatuuronderzoek uitvoeren met als stelling “social media maken je ongelukkig”. Ik heb
voor dit onderwerp gekozen omdat ik een aantal jaren geleden zelf de beslissing heb
genomen om het gros van mijn accounts te verwijderen. Momenteel maak ik alleen nog
gebruik van de chatdienst “WhatsApp” en het zakelijke platform “LinkedIn”.
Ik wens u veel leesplezier toe!
Rotterdam, maart 2020
2
,Samenvatting
Binnen dit onderzoek zal een onderbouwd standpunt op worden gesteld omtrent de gekozen
casus op basis van een aantal bronnen. De casus waar binnen dit onderzoek naar gekeken
wordt betreft de casus over social media met als stelling, “social media maken je
ongelukkig”. Binnen dit literatuuronderzoek wordt onderzoek gedaan naar de relatie tussen
het gebruik van social media en de gemoedstoestand van de gebruiker. Er wordt gekeken
naar alle social mediakanalen welke er momenteel zijn, waarbij de chatdienst WhatsApp
buiten beschouwing wordt gelaten.
Social media is een verzamelnaam voor alle (interactieve) internet-toepassingen
waarbij men informatie en content met elkaar deelt. Hierbij kan de gebruiker zelf kiezen wat,
wanneer en met wie hij of zij wat deelt. Met momenteel wereldwijd meer dan 3.5 miljard
actieve gebruikers ziet men het aantal gebruikers al jaren stijgen. Voor dit onderzoek is
gebruik gemaakt van bestaande literatuur, er is geen nieuw praktijkonderzoek uitgevoerd.
Uit onderzoek blijkt dat er geen éénduidig antwoord gegeven kan worden op de
stelling van dit onderzoek. Zo blijken de effecten van het gebruik van sociale media op de
grootgebruikers (kinderen in de leeftijd van 14-15) en de zakelijke gebruikers veelal positief.
Waar dit echter bij de overige gebruikers juist het tegenovergestelde is. Momenteel kan er
op basis van social mediagedrag van een gebruiker, met een classificatie nauwkeurigheid
van 70%, worden vastgesteld of er sprake is van een depressie dan wel depressieve
symptomen.
Als auteur van het stuk vind ik dat men verder moet kijken dan het gedrag van de
gebruikers op social media. Het gedrag wat men hier laat zien is een weerspiegeling van zijn
of haar gemoedstoestand, veroorzaakt door gebeurtenissen in het dagelijks (offline) leven.
Social media kunnen deze zowel positieve als negatieve gevoelens stimuleren en dus ook
versterken.
(Bron: oberlo.com)
3
, Inhoudsopgave
Voorwoord ............................................................................................................................ 2
Samenvatting ........................................................................................................................ 3
Hoofdstuk 1: Inleiding............................................................................................................ 5
Hoofdstuk 2: De casus .......................................................................................................... 5
Hoofdstuk 3: Bronnen ........................................................................................................... 6
Bron 1: Predicting Depression via Social Media (De Choudhury, Gamon, Counts, &
Horvitz, 2013) .................................................................................................................... 6
Bron 2: Posten, scrollen, appen en snappen (Van Driel, Pouwels, Beyens, Keijsers, &
Valkenburg, 2019) ............................................................................................................. 6
Bron 3: Networking via LinkedIn: An examination of usage and career benefits ................ 7
(Davis, Wolff, Forret, & Sullivan, 2020) .............................................................................. 7
Bron 4: Using Social Media for Social Comparison and Feedback-Seeking: Gender and
Popularity Moderate Associations with Depressive Symptoms (Nesi & Prinstein, 2015) .... 7
Bron 5: De relatie tussen sociale media gebruik en depressie: Het moderatie effect van
geslacht (Feldkamp, 2018) ................................................................................................ 8
Hoofdstuk 4: Conclusie ......................................................................................................... 9
Hoofdstuk 5: Standpunt......................................................................................................... 9
Literatuurlijst ....................................................................................................................... 10
4
“Social media maken je ongelukkig”
xxxxxxxxx
xxxxxx
22-3-2020
NCOI-Groep
Bachelor Bedrijfskunde
Professioneel en oplossingsgericht werken
Docent: xxxxxxxx
,Voorwoord
Mijn naam is xxxx, 27 jaar oud, woonachtig en werkzaam in Rotterdam. Sinds december
2016 ben ik werkzaam als Supply chain planner/inkoper voor xxxxxx B.V. Wanneer ik niet
aan het werk of aan het studeren ben geef ik in mijn vrije tijd graag etentjes voor vrienden en
familie aangezien koken een grote hobby van me is. Om mijzelf verder te ontwikkelen en
van grotere waarde te zijn voor het bedrijf waar ik werk ben ik in 2019 begonnen aan een
nieuwe opleiding. Vanuit mijn opleiding bedrijfskunde bij de NCOI-groep ben ik in mijn eerste
leerjaar begonnen aan het vak “Professioneel en oplossingsgericht werken”. Hiervoor zal ik
een literatuuronderzoek uitvoeren met als stelling “social media maken je ongelukkig”. Ik heb
voor dit onderwerp gekozen omdat ik een aantal jaren geleden zelf de beslissing heb
genomen om het gros van mijn accounts te verwijderen. Momenteel maak ik alleen nog
gebruik van de chatdienst “WhatsApp” en het zakelijke platform “LinkedIn”.
Ik wens u veel leesplezier toe!
Rotterdam, maart 2020
2
,Samenvatting
Binnen dit onderzoek zal een onderbouwd standpunt op worden gesteld omtrent de gekozen
casus op basis van een aantal bronnen. De casus waar binnen dit onderzoek naar gekeken
wordt betreft de casus over social media met als stelling, “social media maken je
ongelukkig”. Binnen dit literatuuronderzoek wordt onderzoek gedaan naar de relatie tussen
het gebruik van social media en de gemoedstoestand van de gebruiker. Er wordt gekeken
naar alle social mediakanalen welke er momenteel zijn, waarbij de chatdienst WhatsApp
buiten beschouwing wordt gelaten.
Social media is een verzamelnaam voor alle (interactieve) internet-toepassingen
waarbij men informatie en content met elkaar deelt. Hierbij kan de gebruiker zelf kiezen wat,
wanneer en met wie hij of zij wat deelt. Met momenteel wereldwijd meer dan 3.5 miljard
actieve gebruikers ziet men het aantal gebruikers al jaren stijgen. Voor dit onderzoek is
gebruik gemaakt van bestaande literatuur, er is geen nieuw praktijkonderzoek uitgevoerd.
Uit onderzoek blijkt dat er geen éénduidig antwoord gegeven kan worden op de
stelling van dit onderzoek. Zo blijken de effecten van het gebruik van sociale media op de
grootgebruikers (kinderen in de leeftijd van 14-15) en de zakelijke gebruikers veelal positief.
Waar dit echter bij de overige gebruikers juist het tegenovergestelde is. Momenteel kan er
op basis van social mediagedrag van een gebruiker, met een classificatie nauwkeurigheid
van 70%, worden vastgesteld of er sprake is van een depressie dan wel depressieve
symptomen.
Als auteur van het stuk vind ik dat men verder moet kijken dan het gedrag van de
gebruikers op social media. Het gedrag wat men hier laat zien is een weerspiegeling van zijn
of haar gemoedstoestand, veroorzaakt door gebeurtenissen in het dagelijks (offline) leven.
Social media kunnen deze zowel positieve als negatieve gevoelens stimuleren en dus ook
versterken.
(Bron: oberlo.com)
3
, Inhoudsopgave
Voorwoord ............................................................................................................................ 2
Samenvatting ........................................................................................................................ 3
Hoofdstuk 1: Inleiding............................................................................................................ 5
Hoofdstuk 2: De casus .......................................................................................................... 5
Hoofdstuk 3: Bronnen ........................................................................................................... 6
Bron 1: Predicting Depression via Social Media (De Choudhury, Gamon, Counts, &
Horvitz, 2013) .................................................................................................................... 6
Bron 2: Posten, scrollen, appen en snappen (Van Driel, Pouwels, Beyens, Keijsers, &
Valkenburg, 2019) ............................................................................................................. 6
Bron 3: Networking via LinkedIn: An examination of usage and career benefits ................ 7
(Davis, Wolff, Forret, & Sullivan, 2020) .............................................................................. 7
Bron 4: Using Social Media for Social Comparison and Feedback-Seeking: Gender and
Popularity Moderate Associations with Depressive Symptoms (Nesi & Prinstein, 2015) .... 7
Bron 5: De relatie tussen sociale media gebruik en depressie: Het moderatie effect van
geslacht (Feldkamp, 2018) ................................................................................................ 8
Hoofdstuk 4: Conclusie ......................................................................................................... 9
Hoofdstuk 5: Standpunt......................................................................................................... 9
Literatuurlijst ....................................................................................................................... 10
4