Epidemiologie
Prevalentie Nederland: 2.1% - overeenkomend met veel andere landen
Type I >>> type II
Hoge ziektelast/DALY
Behandeling wereldwijd is laag, vooral in lage/middeninkomenslanden
o Misdiagnose mannen & vrouwen
o Vaak geen toegang tot de nodige zorg
Age-at-onset distributie
Beginleeftijd vaak in jongvolwassenheid – met 3 pieken:
Early-onset (rond de 17 jaar): >> mannen – vaker manisch als 1e presentatie
Mid-onset (rond 27 jaar): mannen = vrouwen
Late-onset (rond 40 jaar): >> vrouwen – vaker rapid cycling & type II
→ mogelijk hormonale oorzaak, maar hier wordt nog onderzoek naar gedaan
Typische presentatie bipolaire stoornis
Eerder beschreven als een manische depressie = nu: bipolaire stoornis
= episodische verandering stemming, energie & cognitie vergeleken met eigen basislijn
- (Hypo)manie, depressie, euthymie (= stabiele fase)
- Impliceert vaak chronische kwetsbaarheid, maar niet noodzakelijkerwijs chronische ziekte
(tussen de episodes door kunnen mensen zich namelijk goed voelen)
Typen episoden
Euthymie
Individuele verschillen in basislijn stemming & energie
Afwezigheid van manische of depressieve symptomen
Cognitieve stoornissen komen vaak voor (40%) en kunnen van invloed zijn op aandacht,
verwerkingssnelheid, verbaal leren, verbaal geheugen en woord vloeiendheid
(Hypo)manie
>> stemming – “te veel van alles”: geluk, prikkelbaar, woede, verdriet (dus niet alleen positief)
>> energie - < slaapBEHOEFTE (verschil met andere aandoeningen: geen last van weinig
slaap), > libido, > activiteiten, > productiviteit, > agressie
>>/veranderde cognitieve functies - > snelheid, > geestigheid (grappig), > creativiteit, >
zelfvertrouwen, < oordeelvermogen, > roekeloos & gevaarlijk gedrag, wanen (bv
grootheidswaan)
DSM5: 2 kernsymptomen BEIDE:
- Stemming: abnormaal & persisterend verhoogd euforisch, prikkelbaar, expansief
- Energie: gedragsverandering - toename in doelgerichte activiteit of energie
+ >= 3 van de volgende: spraakdrang, gedachtevlucht, grandiositeit, afleidbaarheid, minder
slaapBEHOEFTE, risicovol gedrag, toename doelgerichte activiteit of psychomotorische agitatie
→ vaak geen ziektebesef/ziekte-inzicht
Depressie
10% van de depressies bij de huisarts blijkt later een bipolaire stoornis (90% unipolair)
<< stemming – verdrietig, huilerig, depressief (later soms geen emotie ervaren)
<< energie – anhedonie, slaap (>/<), eetlust (>/<), < libido, agitatie of motorische remming
o Atypische kenmerken: tov unipolaire depressie vaker TOEGENOMEN slaap/eetlust
EN vaak abrupt begin/eind
<</veranderde cognitieve functies - < reactiesnelheid, < concentratie, < aandacht, <
besluitvorming (twijfelzucht), suïcidaliteit, wanen (bv schuldgevoel, gevoel van
ontoereikendheid)
DSM5: verminderde stemming en/of anhedonie + >= 3-4 andere symptomen voor 2 weken
Episode met gemengde kenmerken = verschijnselen van beide – bv geagiteerde depressie
,Verschil hypomanie & manie
Duur & ernst van de manische symptomen
>= 4 dagen zonder noemenswaardige problemen hypomanie
>= 7 dagen met noemenswaardige problemen manie
< 7 dagen & opname (psychiatrisch) ziekenhuis noodzakelijk manie
Psychotische kenmerken (binnen stemmingsepisoden) manie
o Psychotische kenmerken buiten stemmingsepisoden zijn niet te verklaren vanuit de
bipolaire stoornis, dus dan is het belangrijk om verder te zoeken naar de oorzaak
Mogelijke problemen die volgen na een manische episode
Bijvoorbeeld: echtscheiding, extreme financiële uitgaven, detentie, seksueel misbruik (zowel
slachtoffer als dader), schade reputatie of aan werk
Bipolaire stoornis in DSM5
Bipolaire I stoornis = depressieve + manische episoden OF unipolaire manie – minstens 1 manie
Bipolaire II stoornis = minstens 1 hypomanie & 1 depressie & geen eerdere manische episode –
vaak depressie op de voorgrond (lijkt recidiverende depressieve stoornis – mogelijk missen diagnose)
- Type II is belangrijk om wel te bepalen, want het heeft wel gevolgen voor het beleid
→ belangrijk individueel te beoordelen: Beloop? Hoe vaak episoden? Hoeveel last? Etc
→ normale gemoedstand na maanden/jaren (nieuwe episode) of na dagen/weken (terugval)
Bipolaire stoornis door medicijn = enkele weken na stoppen medicatie weg (antidepressiva)
Bipolaire stoornis door somatische ziekte = denk hieraan > 50 jaar eerste episode
Cyclothyme stoornis = depressieve & hypomanische symptomen wisselen elkaar frequent af – maar
geen volledige episoden → kan een voorloper zijn voor bipolaire stoornis
10 andere specificaties waaronder:
Gemengde episoden = depressieve + manische symptomen in 1 episode
Rapid cycling subtype = >= 4 episoden in afgelopen 12 maanden
Psychotische kenmerken (niet iedereen met een bipolaire stoornis heeft dit)
Peripartum onset = symptomen beginnen tijdens zwangerschap of 4 weken na bevalling
Peripartum psychose
- 1-2 op 1000 geboortes
- Sterke associatie met primipariditeit
- 50% → bipolaire stoornis
- Deze vorm reageert vaak heel goed op lithium – soms preventief bij vrouwen met bipolaire
stoornis rond de bevalling
Diagnostiek
Screening
Mood disorders questionnaire = screenen eerdere manische symptomen bij patiënten die nu
bijvoorbeeld een depressie hebben
- Gevalideerd in de huisarts praktijk
- 1e consult, familiaire belasting of therapieresistentie voor unipolaire depressie behandeling
Diagnostiek/beloop
Lifechart method – prospective assessment of mood course = diagnostische beoordelingsfase
obv zelfmanagement – nadeel: soms lastig om je voor te laten hoe je je een tijdje geleden voelde
Ernstmeting
Manische verschijnselen
- Young mania rating scale (klinisch instrument)
- Altman self rating mania scale – werkt niet als manie heel ernstig is (zelfrapportage)
Depressieve verschijnselen
- Hamilton rating scale for depression (klinisch instrument)
- Inventory of depressive symptoms (zelfrapportage of klinisch)
,Pathofysiologische modellen
Kindling-hypothese = eerste prikkel kan een kleine episode uitlokken, maar herhaalde prikkels
maken het hersennetwerk steeds gevoeliger → makkelijker volgende episodes uitlokken → na
verloop van tijd treden episodes spontaan op, zonder duidelijke triggers
- Geldt niet voor iedereen: soms ook zonder duidelijke trigger alsnog een episode
Immuungemedieerd two-hit model voor psychose (nu ook onderzoek bipolaire stoornis)
- First-hit: genetica + prenatale + vroege levensfactoren (bv infecties, ontstekingen) →
hersenontwikkeling kwetsbaar
- Two-hit: latere stressoren of immuunactivatie → episoden
Subgroep waarbij dit een rol speelt maar lang niet bij iedereen
Verdere pathofysiologie
Multifactorieel (genetica + omgeving) maar onder andere
- Ontregeld Behavioral Activation System (BAS) – motivationele systeem reageert
overmatig op bepaalde positieve interne/omgevingsprikkels (bv succes, doelen, beloning)
Excessieve activatie: (hypo)manie
Sterke deactivatie: depressie
- Verstoringen in verbindingen tussen hersengebieden (prefrontale cortex, amygdala,
ventraal striatum, hippocampus) → < emotieregulatie & > limbische reactiviteit
- Manie: > D, N, glutamaat & < GABA Depressie: < D, S, NA
- Circadiane ritme-ontregeling: verstoord slaap-waakritme → kan manie uitlokken
Genetica
= er zijn loci geïdentificeerd bij bipolaire stoornis (dragen allemaal een klein beetje bij); maar in welke
mate die specifiek zijn voor een bipolaire stoornis is nog onduidelijk
- Genetische belasting: 60-80% - MZ tweeling (40-45%) of DZ tweeling (4-6%)
- Bipolaire stoornis I: hoge genetische overlap met schizofrenie
- Bipolaire stoornis II: hoge genetische overlap met major depressieve stoornis (MDD)
Van genotype naar fenotype
Functionele MRI = breinactiviteit meten in emotion processing & werkgeheugen
Emotion processing: emoties herkennen/beoordeling obv gezichtsuitdrukkingen
o Hyperactiviteit amygdala
o Hyperactiviteit hippocampus
o Hypoactiviteit inferior frontale gyrus
o Hypoactiviteit prefrontale cortex
Structurele MRI – type I vooral verantwoordelijk voor deze verschillen
Corticale verdunning
Kleinere volumes subcorticaal: hippocampus, thalamus, amygdala
DTI: verminderde integriteit van witte stof banen (communicatie minder efficiënt)
→ bij lithiumgebruikers worden deze verschillen kleiner
Behandelingsfasen
1. Acute behandeling huidige episode (depressie, (hypo)manie, gemengd) wk-respons
2. Voorgezet = terugval op korte termijn voorkomen mnd-remissie
3. Onderhoud = frequentie/ernst volgende episode beperken/voorkomen y-< terugval
> 3 episoden (minstens 1 (hypo)manie) OF 1 manische episode (als ernstig of familiair belast) →
onderhoudsbehandeling: lithium (evt valproïnezuur, quetiapine, olanzapine, lamotrigine (II) – zeker
als iemand in acute behandeling goed reageerde)
, Farmacotherapie algemeen
Lithium eerste keus
- Onderhoudsfase ter voorkoming terugval (hoogste bewijs)
- Acute depressieve/manische episode gemiddelde ernst (aanvullend bewijs)
- Verminderen suïcidaliteit (aanvullend bewijs)
Behandeling
Leefstijladviezen – preventie terugval door stabiliseren van biologische ritmes
Zelfmanagementtechnieken aanleren – bv effectief aanpakken risicofactoren + signalen herkennen
Psycho-educatie – informatie geven in groepsverband – ook met partner/naaste familielid
Psychotherapie: CGT, IP-SRT (interpersoonlijke, sociaalritmetherapie mbv lifechart-methode)
Psychosociaal – stressregulatie (bv coping-strategieën) & oplossen problemen door episode
Gezinsbehandeling – betrekken partner/familie
Peergroup – lotgenotencontact
Signaleringsplan/noodplan – wat doen bij opkomende symptomen + wie doet wat in welke fase
(meestal incl farmacologisch advies obv eerdere ervaringen)
Farmacotherapie
Manische episode: staken antidepressivum/stimulantia als patiënt deze heeft
o Antipsychotica + lithium
o Slaapstoornis/onrust: TIJDELIJK benzodiazepinen
o Medicatie werkt niet/extreem ernstig: ECT
o Als al stemmingsstabilisatior – bij matige ernst ophogen of antipsychotica toevoegen
Depressieve episode:
o I: geen antidepressivum (monotherapie) ivm induceren (hypo)manie → quetiapine OF
olanzapine + fluoxetine OF lamotrigine OF minder ernstig: stemmingsstabilisator
o II: antidepressivum (monitoren induceren van een hypomanie) → > 4 weken geen
werking: stemmingsstabilisatior (stop AD)
o Seizoensgebonden karakter: lichttherapie + stemmingsstabilisator
o Extreem ernstig: ECT
Gemengde episode: behandel als een manie
Rapid cycling: stemmingsstabilisator, een tweede of derde kan nodig zijn
o Stop ook hier met antidepressiva & stimulantia als patiënt deze gebruikt
Lange termijn behandeling/onderhoudsbehandeling
Lithium (gebaseerd op serumspiegel), valproïnezuur (gebaseerd op serumspiegel)
Lamotrigine – induceert geen manische symptomen en beschermt er ook niet tegen
- Overweeg alle medicatie die effectief was tijdens de acute fase
Prognose
- Heterogeen – soms frequent recidieven en soms maar paar episoden in leven
- Na beide episoden duurt functioneel herstel vaak maanden
- Soms tussen de episoden cognitieve problemen aanwezig (gevolg stoornis of medicatie)
- Vaak overheersen de depressieve episoden
- Suïciderisico/depressieve last verhoogd (voornamelijk bij bipolaire stoornis II)
Verschil met borderline als er zeer frequente kortdurende stemmingswisselingen zijn?
- Borderline: interpersoonlijke problemen & identiteitsproblemen op voorgrond → als reactie
stemmingswisselingen (verdwijnen als problemen naar achtergrond gaan)
- Moeilijkheden geen episodisch karakter (maar reactief)
Manie is niet altijd euforisch soms ook prikkelbaar/depressief: dysforie