De extra stof:
• Merkwijzer (PRO)
• GSR-analyse (VIS)
o H4 beeldtaal - Gestalt (alle wetten)
o H5 beeldtaal - Semiotiek (Peirce en Barthes)
o H6 beeldtaal - Retorica (Ethos, pathos, logos, stijlfiguren, tropen en vormen van
framing)
• Brandvoice (COP)
,Inhoud
1. Merkwijzer (PRO) .................................................................................................. 3
1.1. De opdracht ................................................................................................... 3
1.2. Merkwijzer invullen, uitleg ............................................................................... 3
1.3. Fictief voorbeeld ............................................................................................. 3
2. GSR-analyse (VIS) ................................................................................................. 5
2.1. De opdracht ................................................................................................... 5
2.2. GSR-analyse, uitleg ........................................................................................ 5
2.2.1. GESTALT - dit gaat over wat je ziet .............................................................. 5
2.2.2. SEMIOTIEK – dit gaat over het begrijpen ...................................................... 7
2.2.3. RETORIEK – dit gaat over overtuigen ........................................................... 8
2.3. Voorbeeld GSR-analyse uit het boek .............................................................. 13
3. Brandvoice (COP) ............................................................................................... 14
3.1. De opdracht ................................................................................................. 14
3.2. Brandvoice, uitleg met voorbeeld ................................................................... 14
2
,1. Merkwijzer (PRO)
1.1. De opdracht
Je maakt een merkwijzer op basis van een interview.
De merkwijzer bestaat uit 7 onderdelen.
1. Doelgroep
2. Merkvisie
3. Merkmissie
4. Merkwaarden
5. Merkpersoonlijkheid
6. Merkbelofte
7. Merkessentie
1.2. Merkwijzer invullen, uitleg
Bij elk onderdeel vul je een antwoord in en onderbouw je dit met bewijs uit de bron. Dit
doe je door bijvoorbeeld letterlijke woorden of delen van een zin tussen haakjes te
zetten. ‘’Woord’’, ‘’Korte zin weergeven’’ of ‘’Eerste paar woorden … laatste paar
woorden’’
1.3. Fictief voorbeeld
Hieronder is een voorbeeld weergegeven. Het geeft een realistisch beeld van hoe het in
de toets moet worden uitgewerkt, maar het is volledig fictief zonder voorbeeld tekst.
Doelgroep: omschrijf de doelgroep. Leeftijd mag tussen haakjes staan, maar dat is niet
verplicht.
• Jong stedelijk uitgaanspubliek (18-25)
• ‘’Aanwezig waar het leeft’’, ‘’Wordt veel gedronken bij het uitgaansleven’’, ‘’Je ziet
… op de sportclub’’
Merkvisie: begin met ‘’In een wereld waar/waarin…’’ je laat zo zien wat de blik van het
merk op de huidige wereld is, waarin ene plek is voor het merk.
• In een wereld waarin een fitte levensstijl en de uitgaanscultuur elkaar steeds
vaker kruisen, wordt clean drinking de norm.”
• ‘’Alternatief voor bier’’, ‘’Jongeren willen bewuster leven’’, ‘’Ons drankje ... geen
suiker’’
3
, Merkmissie: deze sluit logisch aan op de visie. In die wereld die bij de visie is geschetst
heeft het merk een plek, die wordt geformuleerd in die merkmisse.
• ‘’Wij passen de bekende drankmomenten aan en zorgen ervoor dat iedereen
zorgeloos kan meegenieten.”
• ‘’Alternatief voor bier’’, ‘’Jongeren voelen … niet bij horen’’, ‘’Niet meegenieten’’
Merkwaarden: je formuleert 3-4 merkwaarden die die samen het geheel vormen
waarmee het merk geassocieerd wil worden. Pas op, geen synoniemen.
• Eenvoud, Plezier en gezondheid
• ‘’Gewoon makkelijk’’, ‘’Uitgaan blijft leuk’’, ‘’Beter voor de gezondheid’’
Merkpersoonlijkheid: je formuleert 3-4 eigenlijk karaktereigenschappen die een merk
bezit. Dit kan hetzelfde zijn als een merkwaarde, maar probeer onderscheid te maken.
• Speels, betrouwbaar en gedreven
• ‘’Overal verkrijgbaar’’, ‘’Blijven eerlijk … alle ingrediënten’’, ‘’we willen uitbreiden’’.
Merkbelofte: het gaat erom wat je de klant beloof. Dit is niet altijd het product of de
kwaliteit, maar vaak (ook) het gevoel, de beleving e.d. Hou het kort.
• Bewust drinken, maximaal genieten
• ‘’Drink bewuster’’, ‘’Wij bieden … ervaring’’
Merkessentie: vaak twee woorden die de essentie (kern) van het merk omvatten. Het is
vaak een en een zelfstandig naamwoord of werkwoord met bijvoeglijk naamwoord.
• Bewust genieten
• ‘’Drink bewuster’’, ‘’Klanten kunnen … intens genieten’’
4