Samenvatting culture diversiteit in de gezondheidszorg
Hoofdstuk 1 Allochtoon, autochtoon; waar praten we over?
CBS: centraal bureau statistieken
Allochtoon:
- Alle personen die zelf in het buitenland geboren zijn en van wie ten minste
één ouder in het buitenland geboren is (eerste generatie)
- Alle personen die zelf in Nederland zijn geboren, maar van wie ten minste
één ouder in het buitenland geboren is (tweede generatie)
Niet westers: Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van
Indonesië en Japan. 11%
Westers: Europa (behalve Turkije), Noord-Amerika, Oceanië, Jap en Indonesië. 9%
Belangrijk om inzicht te krijgen in bij specifieke bevolkingsgroepen .
(geboorteland invullen is niet altijd de juiste methode) kan leiden tot angst,
stereotypering en genocide.
Autochtonen: van wie beide ouders in Nederland zijn geboren, ongeacht welk
land ze zelf zijn geboren.
Migrant: eerstegeneratieallochtonen, daad werkelijk naar Nederland
geëmigreerd. Komen naar Nederland vanwege arbeidsmogelijkheden, huwelijk,
gezinshereniging of studie. (pullfactoren) of als asielzoeker of uitgenodigde
vluchtelingen (pushfactor)
Nieuwkomers: sinds 1 januari 2007 vallen onder de nieuwe inburgeringswet,
verplicht een inburgeringsexamen afleggen.
Oudkomers: voormalige gastarbeiders en hun gezinnen jaren zestig en zeventig.
Een deel van de oudkomers valt onder de wet Inburgering, namelijk degenen die
geen Nederlands paspoort hebben, tussen de 16 en 65 jaar oud zijn en minder
dan acht jaar in Nederland op school hebben gezeten of niet beschikken over
bepaalde diploma’s
Etniciteit: verwijst naar gezamenlijk gedeelde wortels of een gedeelde sociale
achtergrond, naar een gezamenlijk gedeelde cultuur en tradities die zich
onderscheiden en over generaties heen gehandhaafd blijven. In bepaalde
omstandigheden kan dit leiden tot een ‘groepsgevoel’ en een gevoel van
identiteit. Er is ook sprake van gemeenschappelijke taal en/of religieuze tradities.
Culturele diversiteit: duidt meer op een multidynamische relatie waar iedereen,
ook in de gezondheidszorg, mee te maken heeft. Diversiteit heeft betrekking op
vele vormen van verscheidenheid tussen en in groepen mensen, de term toch
vooral in verband wordt gebracht met cultuur, etniciteit of herkomst.
VB: de toenemende diversiteit in Nederland, hier wordt er vooral gesproken over
zichtbare ‘verkleuring’ van de Nederlandse samenleving.
Rob van Dijk
- Culture care preservation: het integreren van de voorkeuren van de
patiënt in de geboden zorg
, - Culture care accomodation: het recht doen aan de keuze van de patiënt,
waarbij risico’s geminimaliseerd worden en belemmeringen weggenomen
worden.
- Culture care re-patterning: het ontwikkelen van een nieuwe kijk of
handelwijze van de patiënt.
Self-identified: hoe iemand zichzelf classificeert. Tot welke etnische groep vindt
men zelf dat men behoort?
Je moet erg voorzicht zijn met het registreren van iemands etnische herkomst
van mensen. Zoals de Joodse Nederlanders waren in de oorlog makkelijk te
vinden, omdat ze als Joods geregistreerd stonden.
Hoofdstuk 2 Migratie en migranten in Nederland
Migratie: de mensen die naar andere landen toe gaan dan hun geboorteland. Alle
soorten van migratie. VB. Gezinsherenigingen, vluchtelingen, studie en arbeid en
vroegere koloniën.
Immigratie: wanneer je naar een land toe gaat.
Arbeidsmigratie: van armere landen in het Zuiden naar rijkere landen in het
Westen
Vb: De Noord-Afrikanen die op overvolle schepen de oversteek naar Italië en
Spanje wagen, op zoek naar een betere leven. VB. gastarbeiders die kwamen
voor de wederopbouw na de 2de wereld oorlog.
Circulaire migratie: wisselen migranten het werk op een ander plaats af met
periodiek terugkeren naar huis. Veel van deze mensen verblijven het grootste
deel van het jaar in het buitenland en gaan slechts voor korte vakanties terug
naar hun land van herkomst. VB. asperges seizoen werkend in Nederland
Permanente migratie: hier gaat het vaak om mensen die voor een tijdelijke
periode naar het buitenland gingen om daar te gaan werken, maar die om welke
reden dan ook niet terugkeerden en zich permanent in het nieuwe land
vestigden.
Condition migrant: ieder keer dat je tijdelijk ergens bent maar dat je het gevoel
hebt dat je weer terug gaat naar je vaderland. (gevoel van eeuwige tijdelijkheid)
Asielzoekers: zijn mensen die asiel hebben aangevraagd, omdat zij vinden dat
zijn in hun eigen land niet veilig zijn. Ze verzoeken erkent te worden als
vluchteling.
Vluchteling: de mensen met een erkend vluchtelingenstatus (meestal verkregen
na het doorlopen van een asielprocedure).
Refugee: de mensen die naar het buitenland vluchten en die geen asiel
aanvragen. Deze mensen krijgen dus nooit een officiële vluchtelingenstatus.
marginalisatie: Proces waarbij personen of groepen in de marge van de
maatschappij terechtkomen
Verschillende categorieën: migranten en minderheden
, - Eerstegeneratiearbeidsmigranten (gastarbeiders) en hun in het buitenland
geboren partners en kinderen
- De tweede en derde generatie (in Nederland geboren kinderen en
kleinkinderen van migranten.
- Mensen die voor gezinshereniging en huwelijk naar Nederland zijn
gekomen
- Erkende vluchtelingen
- Asielzoekers
- Illegalen
- Studenten en hoogopgeleide werknemers met een tijdelijk arbeidscontract
- Westerse allochtonen, afkomstig uit Europa, Verenigde Staten, Canada of
Australië, die om een of meer van die hiervoor genoemde redenen naar
Nederland zijn gekomen.
- Migranten uit vroegere koloniën, zoals Molukkers, Indo’s, Surinamers en
Antilianen
- Historische minderheden, zoals zigeuners en Joden
Arbeidsmigranten
Chinezen vestigden zich van 1900 tot 1930 in ons land.
Na de tweede Wereldoorlog kwamen veel Italianen en Spanjaarden in de
Limburgse Kolenmijn aan het werk.
In de jaren zestig was er een groot tekort aan ongeschoold personeel in de
opkomende industrie. In samenwerking met de overheid gingen veel bedrijven
arbeidskrachten werven in landen rondom de Middellandse Zee. Eerst
Griekenland, Joegoslavië, Spanje en Italië. Later ook in Turkije en Marokko. Het
waren vooral mannen. Men ging ervan uit dat de mannen na afloop van hun
tijdelijke contract naar huis zouden gaan, wat velen ook hebben gedaan.
Vanaf de jaren negentig kreeg Nederland weer behoefte aan laaggeschoolde en
specialistisch arbeid. Vooral Polen zijn sinds de aansluiting van dit land bij EU
naar Nederland gekomen.
De laatste jaren vinden we steeds meer mensen van Oost-Europese komaf in
Nederland, vooral Roemenen, Bulgaren, en Slowaken. Ze verrichten tijdelijk
arbeid en gaan dan voor een tijdje weer naar huis. We spreken hier van circulaire
migratie.
Volwassen nieuwkomers zijn in principe verplicht om in te burgeren en dei
inburgering begint al in het thuisland. Voordat zij een tijdelijke verblijfsvergunning
kunnen aanvragen moeten zijn met succes een basisexamen inburgering
afgelegd hebben bij de Nederlandse ambassade of consulaat.
Generaal pardon: de asielzoekers die voor 2001 in Nederland asiel hebben
aangevraagd kregen in 2007 een generaal pardon, dit hield in dat zijn een
verblijfvergunning kregen en aan hun verlicht inburgering konden gaan beginnen.
Erkende vluchteling: krijgen een verblijfsvergunning die kan van 3 tot 5 jaar nog
worden ingetrokken. Dit komt eigenlijk niet voor tenzij de vluchteling zich
schuldig maakt aan een ernstig misdrijf.
Asielzoekers: de mensen die een aanvraag voor toelating als vluchteling hebben
ingediend. Recht op werk, onderwijs en huisvestiging.
Hoofdstuk 1 Allochtoon, autochtoon; waar praten we over?
CBS: centraal bureau statistieken
Allochtoon:
- Alle personen die zelf in het buitenland geboren zijn en van wie ten minste
één ouder in het buitenland geboren is (eerste generatie)
- Alle personen die zelf in Nederland zijn geboren, maar van wie ten minste
één ouder in het buitenland geboren is (tweede generatie)
Niet westers: Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van
Indonesië en Japan. 11%
Westers: Europa (behalve Turkije), Noord-Amerika, Oceanië, Jap en Indonesië. 9%
Belangrijk om inzicht te krijgen in bij specifieke bevolkingsgroepen .
(geboorteland invullen is niet altijd de juiste methode) kan leiden tot angst,
stereotypering en genocide.
Autochtonen: van wie beide ouders in Nederland zijn geboren, ongeacht welk
land ze zelf zijn geboren.
Migrant: eerstegeneratieallochtonen, daad werkelijk naar Nederland
geëmigreerd. Komen naar Nederland vanwege arbeidsmogelijkheden, huwelijk,
gezinshereniging of studie. (pullfactoren) of als asielzoeker of uitgenodigde
vluchtelingen (pushfactor)
Nieuwkomers: sinds 1 januari 2007 vallen onder de nieuwe inburgeringswet,
verplicht een inburgeringsexamen afleggen.
Oudkomers: voormalige gastarbeiders en hun gezinnen jaren zestig en zeventig.
Een deel van de oudkomers valt onder de wet Inburgering, namelijk degenen die
geen Nederlands paspoort hebben, tussen de 16 en 65 jaar oud zijn en minder
dan acht jaar in Nederland op school hebben gezeten of niet beschikken over
bepaalde diploma’s
Etniciteit: verwijst naar gezamenlijk gedeelde wortels of een gedeelde sociale
achtergrond, naar een gezamenlijk gedeelde cultuur en tradities die zich
onderscheiden en over generaties heen gehandhaafd blijven. In bepaalde
omstandigheden kan dit leiden tot een ‘groepsgevoel’ en een gevoel van
identiteit. Er is ook sprake van gemeenschappelijke taal en/of religieuze tradities.
Culturele diversiteit: duidt meer op een multidynamische relatie waar iedereen,
ook in de gezondheidszorg, mee te maken heeft. Diversiteit heeft betrekking op
vele vormen van verscheidenheid tussen en in groepen mensen, de term toch
vooral in verband wordt gebracht met cultuur, etniciteit of herkomst.
VB: de toenemende diversiteit in Nederland, hier wordt er vooral gesproken over
zichtbare ‘verkleuring’ van de Nederlandse samenleving.
Rob van Dijk
- Culture care preservation: het integreren van de voorkeuren van de
patiënt in de geboden zorg
, - Culture care accomodation: het recht doen aan de keuze van de patiënt,
waarbij risico’s geminimaliseerd worden en belemmeringen weggenomen
worden.
- Culture care re-patterning: het ontwikkelen van een nieuwe kijk of
handelwijze van de patiënt.
Self-identified: hoe iemand zichzelf classificeert. Tot welke etnische groep vindt
men zelf dat men behoort?
Je moet erg voorzicht zijn met het registreren van iemands etnische herkomst
van mensen. Zoals de Joodse Nederlanders waren in de oorlog makkelijk te
vinden, omdat ze als Joods geregistreerd stonden.
Hoofdstuk 2 Migratie en migranten in Nederland
Migratie: de mensen die naar andere landen toe gaan dan hun geboorteland. Alle
soorten van migratie. VB. Gezinsherenigingen, vluchtelingen, studie en arbeid en
vroegere koloniën.
Immigratie: wanneer je naar een land toe gaat.
Arbeidsmigratie: van armere landen in het Zuiden naar rijkere landen in het
Westen
Vb: De Noord-Afrikanen die op overvolle schepen de oversteek naar Italië en
Spanje wagen, op zoek naar een betere leven. VB. gastarbeiders die kwamen
voor de wederopbouw na de 2de wereld oorlog.
Circulaire migratie: wisselen migranten het werk op een ander plaats af met
periodiek terugkeren naar huis. Veel van deze mensen verblijven het grootste
deel van het jaar in het buitenland en gaan slechts voor korte vakanties terug
naar hun land van herkomst. VB. asperges seizoen werkend in Nederland
Permanente migratie: hier gaat het vaak om mensen die voor een tijdelijke
periode naar het buitenland gingen om daar te gaan werken, maar die om welke
reden dan ook niet terugkeerden en zich permanent in het nieuwe land
vestigden.
Condition migrant: ieder keer dat je tijdelijk ergens bent maar dat je het gevoel
hebt dat je weer terug gaat naar je vaderland. (gevoel van eeuwige tijdelijkheid)
Asielzoekers: zijn mensen die asiel hebben aangevraagd, omdat zij vinden dat
zijn in hun eigen land niet veilig zijn. Ze verzoeken erkent te worden als
vluchteling.
Vluchteling: de mensen met een erkend vluchtelingenstatus (meestal verkregen
na het doorlopen van een asielprocedure).
Refugee: de mensen die naar het buitenland vluchten en die geen asiel
aanvragen. Deze mensen krijgen dus nooit een officiële vluchtelingenstatus.
marginalisatie: Proces waarbij personen of groepen in de marge van de
maatschappij terechtkomen
Verschillende categorieën: migranten en minderheden
, - Eerstegeneratiearbeidsmigranten (gastarbeiders) en hun in het buitenland
geboren partners en kinderen
- De tweede en derde generatie (in Nederland geboren kinderen en
kleinkinderen van migranten.
- Mensen die voor gezinshereniging en huwelijk naar Nederland zijn
gekomen
- Erkende vluchtelingen
- Asielzoekers
- Illegalen
- Studenten en hoogopgeleide werknemers met een tijdelijk arbeidscontract
- Westerse allochtonen, afkomstig uit Europa, Verenigde Staten, Canada of
Australië, die om een of meer van die hiervoor genoemde redenen naar
Nederland zijn gekomen.
- Migranten uit vroegere koloniën, zoals Molukkers, Indo’s, Surinamers en
Antilianen
- Historische minderheden, zoals zigeuners en Joden
Arbeidsmigranten
Chinezen vestigden zich van 1900 tot 1930 in ons land.
Na de tweede Wereldoorlog kwamen veel Italianen en Spanjaarden in de
Limburgse Kolenmijn aan het werk.
In de jaren zestig was er een groot tekort aan ongeschoold personeel in de
opkomende industrie. In samenwerking met de overheid gingen veel bedrijven
arbeidskrachten werven in landen rondom de Middellandse Zee. Eerst
Griekenland, Joegoslavië, Spanje en Italië. Later ook in Turkije en Marokko. Het
waren vooral mannen. Men ging ervan uit dat de mannen na afloop van hun
tijdelijke contract naar huis zouden gaan, wat velen ook hebben gedaan.
Vanaf de jaren negentig kreeg Nederland weer behoefte aan laaggeschoolde en
specialistisch arbeid. Vooral Polen zijn sinds de aansluiting van dit land bij EU
naar Nederland gekomen.
De laatste jaren vinden we steeds meer mensen van Oost-Europese komaf in
Nederland, vooral Roemenen, Bulgaren, en Slowaken. Ze verrichten tijdelijk
arbeid en gaan dan voor een tijdje weer naar huis. We spreken hier van circulaire
migratie.
Volwassen nieuwkomers zijn in principe verplicht om in te burgeren en dei
inburgering begint al in het thuisland. Voordat zij een tijdelijke verblijfsvergunning
kunnen aanvragen moeten zijn met succes een basisexamen inburgering
afgelegd hebben bij de Nederlandse ambassade of consulaat.
Generaal pardon: de asielzoekers die voor 2001 in Nederland asiel hebben
aangevraagd kregen in 2007 een generaal pardon, dit hield in dat zijn een
verblijfvergunning kregen en aan hun verlicht inburgering konden gaan beginnen.
Erkende vluchteling: krijgen een verblijfsvergunning die kan van 3 tot 5 jaar nog
worden ingetrokken. Dit komt eigenlijk niet voor tenzij de vluchteling zich
schuldig maakt aan een ernstig misdrijf.
Asielzoekers: de mensen die een aanvraag voor toelating als vluchteling hebben
ingediend. Recht op werk, onderwijs en huisvestiging.