Basisstof 1
● Zintuig: een orgaan dat reageert op prikkels.
○ Prikkel: een invloed uit het milieu op een organisme.
○ Voorbeelden van prikkels: licht (stralen), geluiden, geuren en aanrakingen.
● Als zintuigcellen prikkels opvangen, ontstaan in de zintuigcellen impulsen.
○ Impulsen: elektrische signalen, die door zenuwen naar de hersenen worden
geleid.
○ De hersenen verwerken de impulsen die van de zintuigen afkomen.
Ligging Prikkels
Gezichtszintuigen in de ogen licht
Gehoorzintuigen in de oren geluid
Reukzingtuig in de neus geur
Smaakzingtuig in de tong smaak
Warmtezintuigen in de huid warmte
Koudezintuigen in de huid koude
Drukzintuigen in de huid druk
Tastzintuigen in de huid lichte aanraking
Basisstof 2
● Opperhuid: hoornlaag en kiemlaag
○ Hoornlaag (dode, verhoorden
celresten): bescherming tegen
beschadiging, uitdroging en ziekte
verwekkers (bacteriën).
○ Kiemlaag (levende cellen): de
onderste laag cellen deelt zich
voortdurend. Hierdoor wordt steeds
de afslijtende hoornlaag aangevuld.
○ Eelt: een erg dikke hoornlaag.
○ Haar met haarzakje (uitstulping van de kiemlaag) en talgklieren. Talg houdt
de haren en de hoornlaag soepel.
● Lederhuid met zintuigen, zenuwen, pijnpunten, haarspiertjes, bloedvaten en
zweetklieren.
○ Zintuigen: warmte-, koude-, druk- en tast- zintuigen. Tastknopjes liggen vlak
onder de opperhuid. Drukzintuigen liggen dieper in de huid.
○ Pijnpunten (uiteinden van bepaalde zenuwen) nemen pijn waar.
■ Pijnpunten komen overal in het lichaam voor.
○ Zweetklieren produceren zweet. Het vet dient als reservevoedsel en heeft een
isolerende werking.
Basisstof 3
● In de zijkanten van groefjes in de tong liggen smaakknopjes..
○ In smaakknopjes liggen zintuigcellen.
○ Er zijn aparte smaakknopjes voor de smaken zoet, zuur, zout en bitter.
○ Het proeven van alle andere smaken komt tot stand doordat het reukzingtuig
dan geuren waarneemt.
● Zintuig: een orgaan dat reageert op prikkels.
○ Prikkel: een invloed uit het milieu op een organisme.
○ Voorbeelden van prikkels: licht (stralen), geluiden, geuren en aanrakingen.
● Als zintuigcellen prikkels opvangen, ontstaan in de zintuigcellen impulsen.
○ Impulsen: elektrische signalen, die door zenuwen naar de hersenen worden
geleid.
○ De hersenen verwerken de impulsen die van de zintuigen afkomen.
Ligging Prikkels
Gezichtszintuigen in de ogen licht
Gehoorzintuigen in de oren geluid
Reukzingtuig in de neus geur
Smaakzingtuig in de tong smaak
Warmtezintuigen in de huid warmte
Koudezintuigen in de huid koude
Drukzintuigen in de huid druk
Tastzintuigen in de huid lichte aanraking
Basisstof 2
● Opperhuid: hoornlaag en kiemlaag
○ Hoornlaag (dode, verhoorden
celresten): bescherming tegen
beschadiging, uitdroging en ziekte
verwekkers (bacteriën).
○ Kiemlaag (levende cellen): de
onderste laag cellen deelt zich
voortdurend. Hierdoor wordt steeds
de afslijtende hoornlaag aangevuld.
○ Eelt: een erg dikke hoornlaag.
○ Haar met haarzakje (uitstulping van de kiemlaag) en talgklieren. Talg houdt
de haren en de hoornlaag soepel.
● Lederhuid met zintuigen, zenuwen, pijnpunten, haarspiertjes, bloedvaten en
zweetklieren.
○ Zintuigen: warmte-, koude-, druk- en tast- zintuigen. Tastknopjes liggen vlak
onder de opperhuid. Drukzintuigen liggen dieper in de huid.
○ Pijnpunten (uiteinden van bepaalde zenuwen) nemen pijn waar.
■ Pijnpunten komen overal in het lichaam voor.
○ Zweetklieren produceren zweet. Het vet dient als reservevoedsel en heeft een
isolerende werking.
Basisstof 3
● In de zijkanten van groefjes in de tong liggen smaakknopjes..
○ In smaakknopjes liggen zintuigcellen.
○ Er zijn aparte smaakknopjes voor de smaken zoet, zuur, zout en bitter.
○ Het proeven van alle andere smaken komt tot stand doordat het reukzingtuig
dan geuren waarneemt.