Privaatrecht
Onderwerp 1: Huur bedrijfsruimte..................................................................................................... 2
Deelonderwerp 1.1: 290-bedrijfsruimte [BW 7 art. 290 e.v.]...........................................................2
Deelonderwerp 1.2: Overige.............................................................................................................. 5
Deelonderwerp 1.3: Huur overige bedrijfsruimte [BW 7 art. 230a]..................................................6
Onderwerp 2: Algemene voorwaarden [art. 6:231 e.v.]..................................................................8
Onderwerp 3: Erfpacht.................................................................................................................... 10
Deelonderwerp 3.1: Stedelijke erfpacht............................................................................................ 13
Deelonderwerp 3.2: Amsterdam: feiten en cijfers............................................................................15
Onderwerp 4: Erfrecht.................................................................................................................... 17
Deelonderwerp 4.1: Versterferfrecht................................................................................................ 17
Deelonderwerp 4.2: Testamentair erfrecht.......................................................................................18
, Onderwerp 1: Huur bedrijfsruimte
Specifieke deel van de wet gaat voor het algemene deel, daarom altijd eerst bij een van onderstaande
specificaties kijken. Staat het daar niet in, dan in het algemene deel [art. 201 – 231] van BW 7 kijken.
▫ Middenstandsbedrijfsruimte [art. 290 – 310]
▫ Overige bedrijfsruimte [art. 230a]
▫ Woonruimte [art. 232 – 282]
Deelonderwerp 1.1: 290-bedrijfsruimte [BW 7 art.
290 e.v.]
Het betreft hier afdeling 6 van Burgerlijk Wetboek 7, welke betrekking heeft op commercieel vastgoed
ofwel winkels en horeca.
290-bedrijfsruimte: Een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan, die krachtens
huurovereenkomst bestemd is voor het uitoefenen van een:
1. kleinhandelsbedrijf;
2. restaurant- of cafébedrijf;
3. hotelbedrijf;
4. kampeerbedrijf;
5. afhaal- of besteldienst;
6. ander ambachtsbedrijf.
Huurder wordt relatief goed beschermd in tegenstelling tot de huurder van een
kantoorruimte, aangezien locatie van groot belang is. (Vergelijkbaar met huur woonruimte)
Semi-dwingend recht: Partijen kunnen in beginsel niet ten nadele van de huurder afwijken van de
bepalingen in afdeling 6.
Let op: Uitzondering is als er van te voren doormiddel van een verzoekschrift toestemming gevraagd
is aan de kantonrechter. [art. 291 lid 1]
Huurtermijnen
Zonder opzegging loopt een huurovereenkomst door, ongeacht de afgesproken huurtermijn. [art. 300]
1. Wettelijke (géén afwijkende afspraken):
a. 1e termijn: 5 jaar [art. 292 lid 1]
b. 2e termijn: 5 jaar, tenzij opgezegd [art. 292 lid 2]
Opzeggingsgrond I en II
c. Daarna: verlening voor onbepaalde tijd, tenzij opgezegd [art. 300 lid 1]
Opzeggingsgrond I t/m IV + belangenafweging (altijd na 10 jaar)
2. Indien wel afwijkende afspraken geldt: [art. 292 lid 1 en 2]
a. Partijen kunnen kiezen voor een eerste huurtermijn van 10 jaar of langer;
b. Partijen kunnen kiezen voor een eerste periode die langer duurt dan 5 jaar, maar
korter duurt dan 10 jaar. (opm. 6 + 4 jaar mag wel, 4 + 6 jaar niet!)
Opzeggingsgronden verhuurder
I. Geen goed huurder/slechte bedrijfsvoering
Indien de huurder het bedrijf niet naar behoren uitoefent.
Het is niet vereist dat de verhuurder nadeel ondervindt van de slechte
bedrijfsvoering
Hangt af van alle omstandigheden van het geval
II. Dringend eigen gebruik
Persoonlijk gebruik, én
Duurzaamgebruik, én
Het daartoe dringend nodig hebben van het object.
Onderwerp 1: Huur bedrijfsruimte..................................................................................................... 2
Deelonderwerp 1.1: 290-bedrijfsruimte [BW 7 art. 290 e.v.]...........................................................2
Deelonderwerp 1.2: Overige.............................................................................................................. 5
Deelonderwerp 1.3: Huur overige bedrijfsruimte [BW 7 art. 230a]..................................................6
Onderwerp 2: Algemene voorwaarden [art. 6:231 e.v.]..................................................................8
Onderwerp 3: Erfpacht.................................................................................................................... 10
Deelonderwerp 3.1: Stedelijke erfpacht............................................................................................ 13
Deelonderwerp 3.2: Amsterdam: feiten en cijfers............................................................................15
Onderwerp 4: Erfrecht.................................................................................................................... 17
Deelonderwerp 4.1: Versterferfrecht................................................................................................ 17
Deelonderwerp 4.2: Testamentair erfrecht.......................................................................................18
, Onderwerp 1: Huur bedrijfsruimte
Specifieke deel van de wet gaat voor het algemene deel, daarom altijd eerst bij een van onderstaande
specificaties kijken. Staat het daar niet in, dan in het algemene deel [art. 201 – 231] van BW 7 kijken.
▫ Middenstandsbedrijfsruimte [art. 290 – 310]
▫ Overige bedrijfsruimte [art. 230a]
▫ Woonruimte [art. 232 – 282]
Deelonderwerp 1.1: 290-bedrijfsruimte [BW 7 art.
290 e.v.]
Het betreft hier afdeling 6 van Burgerlijk Wetboek 7, welke betrekking heeft op commercieel vastgoed
ofwel winkels en horeca.
290-bedrijfsruimte: Een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan, die krachtens
huurovereenkomst bestemd is voor het uitoefenen van een:
1. kleinhandelsbedrijf;
2. restaurant- of cafébedrijf;
3. hotelbedrijf;
4. kampeerbedrijf;
5. afhaal- of besteldienst;
6. ander ambachtsbedrijf.
Huurder wordt relatief goed beschermd in tegenstelling tot de huurder van een
kantoorruimte, aangezien locatie van groot belang is. (Vergelijkbaar met huur woonruimte)
Semi-dwingend recht: Partijen kunnen in beginsel niet ten nadele van de huurder afwijken van de
bepalingen in afdeling 6.
Let op: Uitzondering is als er van te voren doormiddel van een verzoekschrift toestemming gevraagd
is aan de kantonrechter. [art. 291 lid 1]
Huurtermijnen
Zonder opzegging loopt een huurovereenkomst door, ongeacht de afgesproken huurtermijn. [art. 300]
1. Wettelijke (géén afwijkende afspraken):
a. 1e termijn: 5 jaar [art. 292 lid 1]
b. 2e termijn: 5 jaar, tenzij opgezegd [art. 292 lid 2]
Opzeggingsgrond I en II
c. Daarna: verlening voor onbepaalde tijd, tenzij opgezegd [art. 300 lid 1]
Opzeggingsgrond I t/m IV + belangenafweging (altijd na 10 jaar)
2. Indien wel afwijkende afspraken geldt: [art. 292 lid 1 en 2]
a. Partijen kunnen kiezen voor een eerste huurtermijn van 10 jaar of langer;
b. Partijen kunnen kiezen voor een eerste periode die langer duurt dan 5 jaar, maar
korter duurt dan 10 jaar. (opm. 6 + 4 jaar mag wel, 4 + 6 jaar niet!)
Opzeggingsgronden verhuurder
I. Geen goed huurder/slechte bedrijfsvoering
Indien de huurder het bedrijf niet naar behoren uitoefent.
Het is niet vereist dat de verhuurder nadeel ondervindt van de slechte
bedrijfsvoering
Hangt af van alle omstandigheden van het geval
II. Dringend eigen gebruik
Persoonlijk gebruik, én
Duurzaamgebruik, én
Het daartoe dringend nodig hebben van het object.