Oac= ondersteunende activiteit. Theorie, geel is praktijk groen is theorie.
DTO= deeltaak oefening? Praktijk
Mst= massagetherapie
FS= fysiologie
CLT= complexe leertaak
Wat is nngb?
De naam '30minutenbewegen' is gebaseerd op de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB), de
internationale norm voor gezond bewegen.
Er zijn twee gangbare normen voor de gewenste hoeveelheid beweging. Allereerst de Nederlandse
Norm Gezond Bewegen, die de gewenste hoeveelheid lichaamsbeweging normeert vanuit een
gezondheidskundig oogpunt en de Fitnorm, die de gewenste hoeveelheid lichaamsbeweging normeert
die nodig is voor een goede conditie van het hartvaatstelsel. Personen voldoen aan de zogenaamde
Combinorm indien zij minimaal één van de genoemde normen halen.
Nederlandse Norm Gezond Bewegen
Om een goede gezondheid te behouden is het gewenst tenminste vijf dagen per week 30 minuten
matig intensieve lichaamsbeweging te hebben. Voor kinderen, jongeren en mensen met overgewicht
is het gewenste aantal minuten per dag tenminste 60.
Of aan de norm wordt voldaan hangt af van de duur (totaal 30 of 60 minuten in blokjes van
mininmaal tien minuten), de frequentie (minimaal vijf dagen per week) en de intensiteit (iets hogere
hartslag en ademhaling. dus stevig doorwandelen, iets harder op de pedalen trappen, eens flink
achter de hond aanrennen).
Drie groepen worden onderscheiden: inactieven halen geen enkele dag per week 30 minuten matig
intensieve beweging; normactieven zijn vijf dagen of vaker actief per week en de groep daartussen
wordt gevormd door de mensen die onvoldoende actief zijn, de semi-actieven.
Fitnorm
Om een goede conditie van het hartvaatstelsel te bewerkstelligen is drie maal per week tenminste 20
minuten intensieve lichaamsbeweging nodig (door bijvoorbeeld te sporten). Onderscheid wordt
gemaakt tussen niet-fit (niet of enkele keren per jaar zwaar inspannend actief), semi-fit (wel regelmatig
zwaar inspannend actief, maar minder dan drie maal per week) en normfit (3 of meer keren per week
tenminste 20 minuten intensieve lichamelijke activiteiten).
De student is in staat om de belangrijkste welvaartsziekten te benoemen.
• Kanker: onbeheerste celdeling, blijft maar doorgaan. Goedaardige tumor zaait niet uit.
Kwaadaardige wel.
• Hart- en vaatziekten: bv hart of hersen infarct. Een ader slipt dicht en/of wordt stijf.
Hersenbloeding gaat er een ader kapot.
• Diabetes Mellitus: type 1 en type 2. Bij type 1 heb je een insuline tekort. Bij type 2 werkt je
insuline minder goed. Door overgewicht etc. je blijft suikers eten, maar je doet er niks mee.
• COPD: Een combinatie van: Chronische bronchitis, Emfyseem. Longblaasjes zijn kapot.