SAMENVATTING BMA
Periode 2 Robbins
[DATUM]
[BEDRIJFSNAAM]
[Bedrijfsadres]
,1. INLEIDING TOT MANAGEMENT
1.1 WIE ZIJN MANAGERS?
Manager: Iemand die als leidinggevende met andere en met hulp van anderen werkt door hun
werkzaamheden te coördineren, met als oogmerk doelstellingen van de organisatie te realiseren.
De organisatieniveaus:
Lagere managers ( operationeel manager) : Iemand die het werk van de uitvoerende werkgever
beheert, verantwoordelijk voor het maken van eindproduct.
Midden managers ( tactisch manager): Een manager die leidinggevende is van een lager manager(s)
Top management, hogere management ( Strategisch manager): Een manager die verantwoordelijk is
voor het nemen van beslissingen en het definiëren van doelstellingen die van invloed zijn op de
organisatie.
1.2 WAT IS MANAGEMENT?
Management: Het proces van leidinggeven aan en coördineren van werkzaamheden, zodat deze efficiënt en
effectief kunnen worden uitgevoerd samen met en door anderen.
Proces wijs op het feit dat de primaire activiteiten van een manager cyclisch ( herhalend van aard )
zijn. De taken zijn: plannen, organiseren, leidinggeven en controleren
Efficiëntie is het behalen van een zo groot mogelijke productie(output)door een zo min mogelijk
verbruikte middelen (input). Middelen
Effectiviteit is het voltooien van de juiste activiteiten voor het realiseren van organisatiedoelstellingen
. Einddoel . Er bestaat een correlatie tussen de twee
Het behalen van een effectief doel aan de hand van een niet efficiëntie productie is verlieslatend
Management streeft naar het zo min mogelijk verlies van bronnen( hoge efficiëntie), realisatie van zo veel
mogelijk doelstellingen( hoge effectiviteit).
,1.3 WAT DOET MANAGEMENT ?
Henri Fayol 20ste Eeuw
Plannen: Het formuleren van doelstellingen, ontwikkelen van strategieën, voor de realisatie van doelstellingen.
Organiseren: Het vaststellen van taken die moeten worden uitgevoerd, wie wat moet doen, hoe ze samen
moeten worden uitgevoerd, wie verantwoording moet afleggen en wie welke beslissingen moet nemen
Leidinggeven: Het aansturen van medewerkers door afzonderlijke motivatie en ondersteuning te bieden
samen met efficiënte communicatiekanalen en samen met medewerkers problemen op te lossen.
Controleren: Vaststellen van prestaties, vervolgens vgl met prestatienormen en het corrigeren ervan zo nodig.
Opgelet: het schema is te interpreteren door managers want –
Managementproces: Het geheel van beslissingen en werkzaamheden waarbij managers betrokken
zijn tijdens het plannen, organiseren, controleren en leidinggeven in een organisatie.
, 1.3.2 MANAGEMENTROLLEN
Managementrol: specifieke categorieën van managementgedrag, Henry Mitzberg: managers worden
omschreven a.d.h.v. de rol die ze vervullen op de werkvloer; in elke rol wordt een ander gedrag verwacht
Bv. student vs werkgever
Interpersoonlijke rollen: rollen die te maken hebben met mensen (binnen en buiten org), het
vertegenwoordigen en symbolische zaken bv. een manager vormt een beeld naar de buitenwereld
Informatie rollen: Het ontvangen, verspreiden en verzamelen van informatie; De 3 rollen zijn Monitor,
verspreider en zegsman.
Beslissing rollen: managementrol die te maken heeft met het maken van keuzes.
Management gaat in wezen over het beïnvloeden van ‘actie’ : helpen van organisatie om zaken gedaan te
krijgen.
1. informatie managen
2. actie managen
3. mensen managen
Management heeft twee functies
1. kaderen : benadering van werk, managementmodel
2. Inroosteren: taken om model realiteit te maken