Samenvatting Scheikunde H5 Reacties in
Beweging
5.1: energie en reactie
Energie-effect bij elke reactie komt energie vrij of is er energie nodig om de
reactie te laten verlopen. Het verbreken van de bindingen in de beginstoffen kost
energie en het vormen van bindingen van de reactieproducten levert energie op.
Verbrandingsreacties leveren veel energie op in de vorm van warmte/licht.
Waterstof maken uit water kost juist energie.
Er komt energie vrij exotherme reactie. Het vormen levert dan meer energie
op dan het afbreken kostte. Er wordt energie opgenomen endotherme
reactie.
De wet van behoud van energie stelt dat energieomzettingen plaats kunnen
vinden, maar dat de totale hoeveelheid energie constant blijft. Alle stoffen
bevatten een bepaalde hoeveelheid chemische energie.
Bij exotherme reacties wordt er energie omgezet in een andere vorm van
energie, zoals warmte, bewegingsenergie, elektrische energie of
stralingsenergie (licht).
Deze energievormen worden bij endotherme reacties gebruikt voor
chemische energie.
In een energiediagram wordt het energie-effect van een reactie weergegeven.
Links = energieniveau beginstoffen
Midden = geactiveerde toestand
Rechts = energieniveau reactanten
Het verschil tussen de energieniveaus
van de beginstoffen en reactanten is
reactiewarmte (∆ E) en heeft als
eenheid joule per mol.
∆ E=Echem (reactanten)−Echem (beginstoffen)
Er is voorafgaand aan de reactie ook al energie nodig, de activeringsenergie (
Eact ), zodat de beginstoffen in de geactiveerde toestand komen waarna de reactie
zelf verder kan verlopen.
Niet elke vorm van energie kan efficiënt worden omgezet in een andere
energievorm. De kwaliteit van energie is dan groter door een hoger rendement of
grotere flexibiliteit.
De uitstoot van koolstofdioxide (CO 2) is een belangrijke graadmeter voor
duurzaamheid. De specifieke CO 2 -emissie is het aantal gram CO 2 dat per
megajoule energie wordt uitgestoten.
massa CO 2 per mol brandstof ( g/mol)
specifieke CO2−emissie=
verbrandingswarmte per mol brandstof (MJ /mol)
Beweging
5.1: energie en reactie
Energie-effect bij elke reactie komt energie vrij of is er energie nodig om de
reactie te laten verlopen. Het verbreken van de bindingen in de beginstoffen kost
energie en het vormen van bindingen van de reactieproducten levert energie op.
Verbrandingsreacties leveren veel energie op in de vorm van warmte/licht.
Waterstof maken uit water kost juist energie.
Er komt energie vrij exotherme reactie. Het vormen levert dan meer energie
op dan het afbreken kostte. Er wordt energie opgenomen endotherme
reactie.
De wet van behoud van energie stelt dat energieomzettingen plaats kunnen
vinden, maar dat de totale hoeveelheid energie constant blijft. Alle stoffen
bevatten een bepaalde hoeveelheid chemische energie.
Bij exotherme reacties wordt er energie omgezet in een andere vorm van
energie, zoals warmte, bewegingsenergie, elektrische energie of
stralingsenergie (licht).
Deze energievormen worden bij endotherme reacties gebruikt voor
chemische energie.
In een energiediagram wordt het energie-effect van een reactie weergegeven.
Links = energieniveau beginstoffen
Midden = geactiveerde toestand
Rechts = energieniveau reactanten
Het verschil tussen de energieniveaus
van de beginstoffen en reactanten is
reactiewarmte (∆ E) en heeft als
eenheid joule per mol.
∆ E=Echem (reactanten)−Echem (beginstoffen)
Er is voorafgaand aan de reactie ook al energie nodig, de activeringsenergie (
Eact ), zodat de beginstoffen in de geactiveerde toestand komen waarna de reactie
zelf verder kan verlopen.
Niet elke vorm van energie kan efficiënt worden omgezet in een andere
energievorm. De kwaliteit van energie is dan groter door een hoger rendement of
grotere flexibiliteit.
De uitstoot van koolstofdioxide (CO 2) is een belangrijke graadmeter voor
duurzaamheid. De specifieke CO 2 -emissie is het aantal gram CO 2 dat per
megajoule energie wordt uitgestoten.
massa CO 2 per mol brandstof ( g/mol)
specifieke CO2−emissie=
verbrandingswarmte per mol brandstof (MJ /mol)